Strafrecht overig
vrijspraak diefstal en heling
Rechtbank Amsterdam, 22 november 2017
ECLI:NL:RBAMS:2017:8614 · Rechtbank Amsterdam · 22 november 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbams-2017-8614
Zaakgegevens
Op 22 november 2017 heeft de Rechtbank Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank AmsterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 22 november 2017
- Datum publicatie
- 23 november 2017
- Zaaknummer
- 13/702680-17
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2017:8614
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
vrijspraak diefstal en heling
Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
VONNIS
Parketnummer: 13/702680-17
Datum uitspraak: 22 november 2017
Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1994,
ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres [adres 1] .
1 Het onderzoek ter terechtzitting
Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 8 november 2017.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie,
mr. A. Kerkhoff, en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. J. Kleiman, naar voren hebben gebracht.
2 Tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
primair:
hij in of omstreeks de periode van 31 juli 2017 tot en met 01 augustus 2017 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een kluis (met inhoud, waaronder een geldbedrag van ongeveer 480,- euro), geheel of ten dele toebehorend aan [bedrijf] (vestiging [adres 2] ), in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem,
verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot die/dat kluis heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen kluis onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;
subsidiair:
hij in of omstreeks de periode van 31 juli 2017 tot en met 01 augustus 2017 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een kluis (met inhoud, waaronder een geldbedrag van ongeveer 480,- euro) heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen wist(en), althans redelijkerwijs had/hadden moeten vermoeden, dat het (een) door diefstal, in elk geval (een) door misdrijf verkregen goed(eren)
betrof.
3. Voorvragen
De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde feit en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.
4 Waardering van het bewijs
De rechtbank acht, in tegenstelling tot de officier van justitie, het primair en subsidiair ten laste gelegde niet bewezen, zodat verdachte daarvan moet worden vrijgesproken.
Op grond van de zich in het dossier bevindende stukken kan niet worden vastgesteld dat verdachte en zijn medeverdachten in de nacht van 31 juli 2017 op 1 augustus 2017 een kluis hebben gestolen bij [bedrijf] in de [adres 2] te Amsterdam. Zij zijn niet herkend op de camerabeelden van de drie daders van de diefstal.
Ook is er onvoldoende bewijs dat verdachte de gestolen kluis heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad. De medeverdachten hebben niets over enige betrokkenheid van verdachte daarbij verklaard. Ook blijkt dit niet zonder meer uit de informatie van de melder en de door hem overgelegde foto’s. De melder spreekt over drie jongens, terwijl verdachte met drie anderen door de politie in de auto is aangetroffen. Evenmin kan worden vastgesteld dat verdachte in de bus is geweest of bij de huur van de slijptol en de aankoop van een braamschijf even daarvoor betrokken is geweest.
5 Beslissing
De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.
Verklaart het ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.
Dit vonnis is gewezen door
mr. T.T. Hylkema, voorzitter,
mrs. G.M. van Dijk en M.T.C. de Vries, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. D.N. van Rappard, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 22 november 2017.