Strafrecht overig
Uitspraak politierechter op eenvoudige belediging van een ambtenaar in functie. Belediging "mild"
Rechtbank Amsterdam, 12 juli 2019
ECLI:NL:RBAMS:2019:8159 · Rechtbank Amsterdam · 12 juli 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbams-2019-8159
Zaakgegevens
Op 12 juli 2019 heeft de Rechtbank Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank AmsterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 12 juli 2019
- Datum publicatie
- 31 oktober 2019
- Zaaknummer
- 13-131053/19
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2019:8159
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Uitspraak politierechter op eenvoudige belediging van een ambtenaar in functie.
Belediging "mild"
Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
VERKORT VONNIS
Parketnummer: 13-131053/19
Datum uitspraak: 2 juli 2019
Verkort vonnis van de politierechter te Amsterdam, in de strafzaak tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1996,
wonende te [adres verdachte] .
1 Het onderzoek ter terechtzitting
Dit verkort vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 2 juli 2019.
De politierechter heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. G. Dankers, en van wat de raadsvrouw van verdachte, mr. W.P.A. Vos, naar voren hebben gebracht.
2 Tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat
hij op of omstreeks 30 mei 2019 te Amsterdam opzettelijk een of meer ambtenaren, te weten [verbalisant 1] en/of [verbalisant 2] , gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar bediening, in zijn/haar tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hem/haar de woorden toe te voegen: "Met jou praat ik helemaal niet met je lelijke hoofd. Je bent lelijk", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;
3 Voorvragen
De dagvaarding is geldig, de politierechter is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde feit en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.
4 Waardering van het bewijs
Standpunt van de officier van justitie, zakelijk weergegeven
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan belediging van twee ambtenaren gedurende en ter zake van de rechtmatige uitoefening van hun bediening. Dit kan wettig en overtuigend bewezen worden met het proces-verbaal van bevindingen.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte moet worden vrijgesproken van de hele tenlastelegging. Zij wijst op een krantenartikel met de titel: ‘De politie moet iets minder lange tenen hebben’. De raadsvrouw stelt dat haar cliënt onder invloed was en zich in een groep met meerdere personen bevond. Hij kan zich niet herinneren wat er gezegd is, maar kan zich niet voorstellen dat hij de ten laste gelegde beledigende woorden in de mond heeft genomen. Als hij dit al gezegd zou hebben, dan gaat het volgens de raadsvrouw om een mening. De raadsvrouw stelt de enige reden dat haar cliënt gedagvaard is, zijn top600 status is. Zijn medeverdachte met relevante documentatie heeft immers een strafbeschikking gekregen. Dat de politieambtenaar de ten laste gelegde woorden als beledigend heeft opgevat is volgens de raadsvrouw onbegrijpelijk.
Oordeel van de politierechter
In het procesdossier bevindt zich een proces-verbaal van bevindingen van de verbalisanten waaruit blijkt dat zij zich beledigd voelden. De tenlastegelegde bewoordingen zijn blijkens het proces-verbaal door verdachte geuit, specifiek gericht aan verbalisant [verbalisant 2] . De belediging van [verbalisant 2] wordt daarom bewezen geacht. Agenten hoeven bij de uitoefening van hun functie niet alles goed te vinden en hoeven ook niet overal tegen te kunnen. De ten laste gelegde woorden kunnen als beledigend worden aangemekt
Bewezenverklaring
De politierechter acht bewezen dat verdachte:
op 30 mei 2019 te Amsterdam opzettelijk ambtenaar [verbalisant 2] , gedurende en ter zake van de rechtmatige uitoefening van haar bediening, in haar tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door haar de woorden toe te voegen: "Met jou praat ik helemaal niet met je lelijke hoofd. Je bent lelijk".
5 Bewijs
De politierechter grondt haar beslissing dat verdachte het bewezen geachte heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.
6 De strafbaarheid van de feiten
De bewezen verklaarde feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.
7 De strafbaarheid van verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.
8 Motivering van de straf
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft bij requisitoir gevorderd dat verdachte ter zake van het door haar bewezen geachte feit zal worden veroordeeld tot een taakstraf van 15 uur te vervangen door 7 dagen hechtenis. De officier van justitie licht toe dat er een stevig signaal afgegeven moet worden en dat moet worden voorkomen dat situaties waarbij politiebijstand nodig is escaleren.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw stelt zich op het standpunt dat indien er een straf zou worden opgelegd, volstaan moet worden met een waarschuwing in de vorm van een voorwaardelijke straf, nu haar cliënt hard bezig is zijn leven op de rit te krijgen.
Oordeel van de politierechter
De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het misdrijf, de omstandigheden waaronder dit feit is gepleegd en de persoon van verdachte, zoals die ter terechtzitting zijn gebleken. De politierechter heeft in het bijzonder het volgende laten meewegen.
Vooropgesteld wordt dat de politie haar werk moet kunnen doen zonder beledigende woorden naar het hoofd te krijgen van mensen die het niet eens zijn met het optreden van de politie. De door verdachte geuite woorden zijn weliswaar aan te merken als beledigend, maar van een relatief mild kaliber. Niet ondenkbaar en zeker ook niet onbegrijpelijk is dat het beledigde gevoel dat de woorden van verdachte bij de agent heeft doen ontstaan, mede opgewekt is door het voorafgaande gedrag van verdachte en zijn vrienden, zoals valt op te maken uit het proces-verbaal.
Het strafbare feit is in die zin als het ware te kwalificeren als “belediging mild”. Uit het proces-verbaal van verhoor van verdachte blijkt dat hij spijt heeft van zijn gedrag en daarvoor ook zijn excuses heeft gemaakt. Gelet op deze omstandigheden bestaat er aanleiding om bij de strafoplegging af te wijken van de eis van de officier van justitie en wordt een straf in de vorm van een voorwaardelijke geldboete van 100 euro passend geacht.
9 Toepasselijke wettelijke voorschriften
De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24c, 57, 266, 267 van het Wetboek van Strafrecht.
10 Beslissing
De politierechter komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.
Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.
Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.
Het bewezen verklaarde levert op:
eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende en ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, meermalen gepleegd
Verklaart het bewezene strafbaar.
Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.
Veroordeelt verdachte tot een geldboete ter hoogte van € 100, (zegge honderd euro) bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de tijd van 2 dagen.
Beveelt dat deze geldboete niet tenuitvoergelegd zal worden, tenzij later anders wordt gelast.
Stelt daarbij een proeftijd van 2 jaren vast.
De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt.
Dit vonnis is gewezen door
mr. J.O. Rutten politierechter
en K. Spanjaart, griffier
en uitgesproken op 2 juli 2019.