Strafrecht overig
Overlevering naar Polen geweigerd. Weigeringsgrond artikel 12 OLW aan de orde; garantie niet voldoende.
Rechtbank Amsterdam, 30 juli 2013
ECLI:NL:RBAMS:2013:5939 · Rechtbank Amsterdam · 30 juli 2013
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbams-2013-5939
Zaakgegevens
Op 30 juli 2013 heeft de Rechtbank Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank AmsterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 30 juli 2013
- Datum publicatie
- 17 september 2013
- Zaaknummer
- 13-737486-13
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2013:5939
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Overlevering naar Polen geweigerd.
Weigeringsgrond artikel 12 OLW aan de orde; garantie niet voldoende.
Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13/737486-13
RK nummer: 13/3374
Datum uitspraak: 30 juli 2013
UITSPRAAK
op de vordering ex artikel 23 van de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 22 mei 2013 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 15 februari 2012 door the Deputy Head of the 3rd Criminal Division of the Circuit Court in Wroclaw (Polen) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon]
geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1969,
ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op het adres[GBA adres],
thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting [locatie] te[plaats],
hierna te noemen de opgeëiste persoon.
1 Procesgang
De vordering is behandeld op de openbare zitting van 30 juli 2013. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. K. van der Schaft.
De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door zijn raadsman mr. A.A.W. den Ouden, advocaat te Goirle, en door een tolk in de Poolse taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak zou moeten doen met dertig dagen verlengd. De reden hiervan is gelegen in het feit dat de rechtbank er niet in slaagt binnen de in de wet bepaalde termijn uitspraak te doen.
2 Identiteit van de opgeëiste persoon
De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.
3 Grondslag en inhoud van het EAB
In het EAB wordt melding gemaakt van een vonnis van the District Court for Wroclaw-Krzyki (Polen) van 21 oktober 2008, met kenmerk: II K 386/08.
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van 10 maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij voornoemd vonnis.
Dit vonnis betreft de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht.
Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW
De raadsman heeft, zakelijk weergegeven, betoogd dat de er sprake is van een verstekvonnis en dat er een garantie zou moeten zijn die voldoet aan de vereisten van artikel 12 OLW. Nu een dergelijke garantie ontbreekt, dient de overlevering te worden geweigerd.
Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat de overlevering moet worden geweigerd, nu is gebleken dat de opgeëiste persoon niet ter terechtzitting aanwezig is geweest bij de inhoudelijke behandeling van de zaak, zich geen van de in artikel 12, aanhef en sub a tot en met c OLW genoemde omstandigheden heeft voorgedaan en de door de uitvaardigende justitiële autoriteit gegeven nadere informatie van 17 juli 2013 geen garantie is conform artikel 12 OLW. Deze informatie houdt immers in dat de opgeëiste persoon recht heeft om een nieuwe behandeling te verzoeken op grond van artikel 540b van het Poolse Wetboek van Strafvordering, waarbij tevens wordt meegedeeld dat dit artikel niet geldt voor situaties als bedoeld in artikel 139, eerste lid, van het Poolse Wetboek van Strafvordering. Uit dezelfde informatie van de uitvaardigende justitiële autoriteit blijkt echter dat in onderhavige zaak sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 139, eerste lid, van het Poolse Wetboek van Strafvordering. De oproep voor de zitting is immers gezonden aan het adres dat de opgeëiste persoon zelf heeft opgegeven. De opgeëiste persoon heeft de oproep echter niet in ontvangst genomen. Op grond van artikel 139, eerste lid, van het Poolse Wetboek van Strafvordering beschouwt de Poolse justitiële autoriteit de dagvaarding daarom als te zijn bezorgd. Gelet op het vorenstaande is de garantie niet voldoende en dient de overlevering op grond van artikel 12 OLW te worden geweigerd.
4 Slotsom
Nu ten aanzien van het feit waarvoor de overlevering wordt gevraagd is vastgesteld dat er geen garantie is gegeven als bedoeld in artikel 12, aanhef en onder d, OLW, dient de overlevering voor dit feit te worden geweigerd.
5 Toepasselijke wetsbepalingen
De artikelen 2, 5, 7 en 12 OLW.
6 Beslissing
WEIGERT de overlevering van [opgeëiste persoon] aan the Deputy Head of the 3rd Criminal Division of the Circuit Court in Wroclaw (Polen) ten behoeve van de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf, te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat, die is opgelegd wegens de feiten waarvoor zijn overlevering wordt gevraagd.
Aldus gedaan door
mr. W.H. van Benthem, voorzitter,
mrs. F.M. Wieland en P. Rodenburg, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. A.T.P. van Munster, griffier,
en uitgesproken ter openbare zitting van 13 augustus 2013.
De oudste en jongste rechter zijn buiten staat deze uitspraak mede te ondertekenen
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.
B