Strafrecht overig

Werkstraf en deels voorwaardelijke gevangenisstraf met reclasseringstoezicht en proeftijd van vijf jaar voor…

Rechtbank Amsterdam, 20 januari 2017

Zaakgegevens

Op 20 januari 2017 heeft de Rechtbank Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
20 januari 2017
Datum publicatie
22 februari 2017
Zaaknummer
13/650286-16
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2017:1032
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Werkstraf en deels voorwaardelijke gevangenisstraf met reclasseringstoezicht en proeftijd van vijf jaar voor meermalen ontucht met 15 jarig meisje in periode juni - nov 2014. Contact gelegd via internet. Rapport psycholoog deels niet gevolgd.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS

Parketnummer: 13/650286-16 (Promis)

Datum uitspraak: 20 januari 2017

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1960,

ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres [GBA-adres] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen op 27 oktober 2016 en 6 januari 2017.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. S. de Klerk, en van wat verdachte en zijn raadsvrouw, mr. C.R. Pirone, naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat

hij op een of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 2 juni 2014 tot en met 14 november 2014 te Diemen en/of Amsterdam en/of Zwolle, in elk geval in Nederland, (telkens) met [persoon 1] , die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [persoon 1] , immers heeft hij, verdachte, die [persoon 1] eenmaal of meermalen gevingerd en/of gebeft en/of gekust en/of heeft hij, verdachte, een/de borst(en) en/of bil(len) van die [persoon 1] eenmaal of meermalen aangeraakt en/of gestreeld en/of heeft hij, verdachte, eenmaal of meermalen zijn vinger en/of duim in de anus van die [persoon 1] gebracht en/of geduwd en/of zijn penis in de vagina van die [persoon 1] gebracht en/of geduwd en/of heeft die

[persoon 1] hem, verdachte, eenmaal of meermalen afgetrokken en/of gepijpt.

3 Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde feit en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4 Bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat verdachte

op tijdstippen in de periode van 2 juni 2014 tot en met 14 november 2014 in Nederland telkens met [persoon 1] , die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [persoon 1] , immers heeft hij, verdachte, die [persoon 1] gevingerd en gebeft en gekust en heeft hij, verdachte, de borsten en billen van die [persoon 1] aangeraakt en gestreeld en heeft hij, verdachte, zijn duim in de anus van die [persoon 1] gebracht en zijn penis in de vagina van die [persoon 1] gebracht en heeft die [persoon 1] hem, verdachte, afgetrokken en gepijpt.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

5 Het bewijs

De rechtbank grondt haar beslissing dat verdachte het bewezen geachte heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

De rechtbank stelt vast dat sprake is van een bekennende verdachte zoals bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en dat daarom kan worden volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

De bewijsmiddelen.

? De bekennende verklaring die verdachte ter terechtzitting van 6 januari 2017 heeft afgelegd zoals neergelegd in het proces-verbaal van die terechtzitting.

? Een proces-verbaal met nummer PL1300-2016005772-5 van 15 maart 2016, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [persoon 2] , inhoudende de aangifte van [persoon 3] , doorgenummerde pag. 030 e.v.

? Een proces-verbaal met nummer PL1300-2016005772-9 van 8 april 2016, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren [persoon 2] en [persoon 4] , inhoudende de verklaring van [persoon 1] , doorgenummerde pag. 035 e.v.

6 De strafbaarheid van het feit

Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7 De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8 Motivering van de straffen en maatregelen

8.1.

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft bij requisitoir gevorderd dat verdachte ter zake van het door haar bewezen geachte feit zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 15 (vijftien) maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 5 (vijf) maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 (twee) jaren met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarden zoals door de reclassering geadviseerd. Zij heeft daarbij de dadelijke uitvoerbaarheid van deze voorwaarden gevorderd.

8.2.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft verzocht de eis van de officier van justitie te matigen en aan verdachte geen gevangenisstraf op te leggen die de duur van de reeds ondergane voorlopige hechtenis overschrijdt. Daarnaast kan naar de mening van de raadsvrouw worden volstaan met een forse voorwaardelijke straf met daaraan gekoppeld een proeftijd voor de duur van 3 (drie) jaren en de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering, met dien verstande dat het opleggen van een contactverbod niet nodig is. Verdachte is reeds op eigen initiatief gestart met een behandeltraject bij Lentis en is tevens begonnen met relatietherapie. Als verdachte opnieuw gedetineerd raakt zal hij zijn baan verliezen.

De raadsvrouw geeft de rechtbank tevens in overweging een werkstraf op te leggen. Zij verwijst hiertoe naar een uitspraak van de rechtbank Gelderland, in een vergelijkbare zaak, ECLI:NL:RBGEL:2016:5192.

8.3.

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals van een en ander ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft (na zich schuldig te hebben gemaakt aan grooming) meermalen seks gehad met een 15-jarig meisje. Hij heeft met gebruikmaking van zijn computer, zich in eerste instantie voordoende als de 23-jarige [naam] , contact gelegd met het meisje met wie hij na enige tijd afspraken heeft gemaakt om elkaar te ontmoeten. Verdachte had daarbij het oogmerk seksuele handelingen met dat meisje te plegen. Vervolgens hebben er tijdens 10 ontmoetingen ook daadwerkelijk seksuele handelingen met het meisje plaatsgevonden. Daarbij werd ook seksueel binnengedrongen in het lichaam van dat meisje, onder andere met de penis van verdachte in haar vagina en de duim van verdachte in haar anus. Deze handelingen zijn een zeer verregaande schending van de lichamelijke integriteit van een jong, kwetsbaar meisje. Dat de seksuele handelingen plaatsgevonden hebben met instemming van het meisje, doet daaraan niet af. Verdachte had als volwassen man van 54 jaar oud moeten beseffen dat zulke handelingen de geestelijke en seksuele ontwikkeling van het betrokken meisje ernstig kunnen schaden en haar voor haar later leven trauma’s kunnen bezorgen.

De ten laste van verdachte bewezen verklaarde feiten rechtvaardigen op zichzelf een gevangenisstraf van geruime duur. De Amsterdamse oriëntatiepunten gaan uit van een gevangenisstraf voor de duur van twee tot drie jaren.

Over verdachte zijn rapporten uitgebracht door de reclassering en een psycholoog.

In de Pro Justitia rapportage van 5 oktober 2016, opgemaakt door [psycholoog] , psycholoog, wordt opgemerkt dat verdachte een cognitief en emotioneel zeer beperkte man is, die sinds het overlijden van zijn moeder steeds sterkere (kinderlijke) behoefte kreeg aan liefdevolle aandacht. Hij zocht dit via internet, zo hoefde hij zich niet verantwoordelijk te voelen. Ook toen hij de leeftijd van het slachtoffer kende heeft hij daar niets mee gedaan. Hij had een niet te stoppen behoefte aan aandacht en affectie en wentelde zich in wat door hem als oprechte vriendschap en steun werd ervaren.

De psycholoog adviseert verdachte als verminderd toerekeningsvatbaar te beschouwen. Het risico op herhaling wordt door de psycholoog ingeschat als klein. Verdachte was niet op zoek naar een jong meisje maar naar een vrouw door wie hij zich geliefd en gesteund wist. Dit kan volgens de psycholoog op termijn risico met zich meebrengen gezien het gebrek aan inzicht, maar lijkt goed controleerbaar door een (aanvankelijk intensief) reclasseringscontact.

Ook de reclassering adviseert tot het opleggen van een reclasseringscontact. Uit het reclasseringsadvies van 14 oktober 2016 en de aanvullende email van 3 januari 2017, blijkt dat de reclassering het recidiverisico inschat als matig. Het gevaar bestaat dat verdachte, bij oplopende spanningen, weer contact gaat leggen met minderjarige vrouwen. Verdachte heeft beperkt inzicht in het ten laste gelegde en de gevolgen daarvan. Incidentele controle van zijn gegevensdragers en een ambulante behandelverplichting worden daarom noodzakelijk geacht.

Verdachte heeft op zitting verklaard open te staan voor toezicht en eventueel behandeling en heeft daartoe zelf reeds een intakegesprek geïnitieerd bij Lentis in Groningen. Ook is verdachte begonnen met relatietherapie.

De rechtbank zal met de inhoud van de rapporten rekening houden bij de strafoplegging, met dien verstande dat de rechtbank de conclusie van de psycholoog met betrekking tot het recidiverisico van verdachte niet volgt. Anders dan de psycholoog is de rechtbank van oordeel, dat uit het handelen van verdachte blijkt dat het contact tussen hem en het slachtoffer niet primair ingegeven is geweest door een niet te stoppen behoefte aan liefdevolle aandacht en affectie en dat hij het contact met het slachtoffer als een oprechte vriendschap ervoer, maar dat zijn handelen met name gericht is geweest op seksuele behoeftebevrediging. De rechtbank verwijst hierbij allereerst naar de omstandigheid dat verdachte en het slachtoffer bij elke ontmoeting, terwijl zij volgens de verklaring van verdachte steeds weinig tijd hadden wel seks hebben gehad. De rechtbank leidt dit ook af uit het feit dat verdachte veel digitaal materiaal met erotische inhoud in bezit had, hetgeen eerder duidt op een behoefte aan seksuele opwinding dan op een behoefte aan liefdevolle aandacht en contact. Zo zijn er films aangetroffen waarop vrouwen seksuele handelingen plegen met zichzelf en heeft verdachte meerdere keren heimelijk vrouwen en meisjes gefilmd, waaronder een jonge vrouw die zich uitkleedt en doucht. Daarnaast zijn ook op de computer van verdachte aangetroffen seksueel getinte foto’s van een ander meisje. De rechtbank ziet daarom aanleiding om bij de strafoplegging uit te gaan van een hoger recidiverisico dan door de psycholoog is beschreven, maar volgt de psycholoog wel in de conclusie dat, gelet op de naïviteit van verdachte, bezien tegen de achtergrond van de vastgestelde beperkte cognitieve en emotionele vaardigheden, verdachte als verminderd toerekeningsvatbaar moet worden beschouwd.

Voorts houdt de rechtbank rekening met het feit dat verdachte een blanco strafblad heeft.

De rechtbank is, alle omstandigheden van het geval overwegende, van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden passend en geboden is. De rechtbank zal een deel van die gevangenisstraf, te weten 6 maanden, voorwaardelijk opleggen. Deze voorwaardelijke straf maakt een verplichte reclasseringsbegeleiding mogelijk, welke begeleiding de rechtbank ter ondersteuning van verdachte noodzakelijk acht. Deze voorwaardelijke straf dient er tevens toe verdachte ervan te weerhouden zich wederom schuldig te maken aan soortgelijke strafbare feiten. De rechtbank ziet, gelet op de aard van het bewezenverklaarde en de persoon van verdachte, aanleiding daarbij een proeftijd van 5 (vijf) jaren op te leggen teneinde de reclassering in de gelegenheid te stellen gedurende langere tijd bij verdachte vinger aan de pols te kunnen houden.

De rechtbank zal voorts bepalen dat de verdachte zich gedurende de proeftijd moet gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen hem te geven door de reclassering, ook wanneer dat inhoudt het volgen van een ambulant behandeltraject gericht op delictpreventie. De rechtbank ziet – met de raadsvrouw - geen aanleiding om aan verdachte een contactverbod op te leggen.

Ook zal aan verdachte een werkstraf worden opgelegd.

De rechtbank is van oordeel dat aanleiding bestaat om bij de straftoemeting af te wijken van hetgeen door de officier van justitie is gevorderd, nu het bewezenverklaarde geruime tijd geleden heeft plaatsgevonden en zonder interventie van politie of justitie is gestopt. Ook weegt de rechtbank mee dat verdachte zelf is gestart met een behandeltraject.

Deze strafoplegging houdt in dat verdachte nog een aantal maanden in detentie zal moeten verblijven. De rechtbank is zich bewust van de omstandigheid dat de voorlopige hechtenis van verdachte eerder is opgeheven, maar de gepleegde feiten zijn te ernstig om met gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest te volstaan.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een misdrijf dat is gericht tegen de onaantastbaarheid van het lichaam van [persoon 1] , te weten – kort gezegd - het meermalen plegen van ontuchtige handelingen met iemand die de leeftijd van twaalf jaren, maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt.

Gelet op de aard van het bewezenverklaarde, is de rechtbank van oordeel dat er rekening mee moet worden gehouden dat verdachte wederom een dergelijk misdrijf zal begaan. Daarom zal zij bevelen dat het op grond van art. 14d Sr uit te oefenen toezicht, dadelijk uitvoerbaar is.

9. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22b, 22c, 57 en 245 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften zijn toepasselijk zoals geldend ten tijde van het bewezengeachte.

10 Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

Met iemand die de leeftijd van twaalf jaren, maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte] , daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 12 (twaalf) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Beveelt dat een gedeelte, groot 6 (zes) maanden, van deze gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij later anders wordt gelast.

Stelt daarbij een proeftijd van 5 (vijf) jaren vast.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast, indien de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet aan de volgende algemene voorwaarden houdt.

Stelt als algemene voorwaarden dat de veroordeelde

1. zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

2. ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

en

3. medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

De tenuitvoerlegging kan ook worden gelast indien de veroordeelde gedurende de proeftijd de hierna vermelde bijzondere voorwaarden niet naleeft.

Stelt als bijzondere voorwaarden:

4. veroordeelde moet zich binnen twee dagen na vonnis melden bij reclassering Nederland, locatie Groningen, [adres te plaats] , tel. [telefoonnummer] . Hij meldt zich zo vaak en zo lang als de reclassering dat nodig acht. Tevens houdt veroordeelde zich aan de afspraken met de reclassering en is hij bereikbaar;

5. veroordeelde is verplicht mee te werken aan een intakeprocedure bij een instelling voor (forensische) psychiatrische zorg. Wanneer behandeling in het kader van delictpreventie geïndiceerd is, zal hij zich houden aan de afspraken en aanwijzingen van de behandelinstelling, zolang als de reclassering en de behandelinstelling dat nodig achten;

6. veroordeelde onthoudt zich van het op digitale of welke andere wijze dan ook met een seksuele intentie communiceren met minderjarigen, en onthoudt zich ook van alle gedragingen gericht op het verkrijgen van seksueel getint materiaal van minderjarigen. Veroordeelde staat toe dat de reclassering onaangekondigd al zijn gegevensdragers controleert.

Geeft aan genoemde instelling opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Beveelt dat het op grond van artikel 14d van het Wetboek van Strafrecht uit te oefenen toezicht, dadelijk uitvoerbaar is.

Veroordeelt verdachte tot een taakstraf bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid van 180 (honderdtachtig) uren, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 90 (negentig) dagen.

Dit vonnis is gewezen door

mr. K.A. Brunner, voorzitter,

mrs. S. van Eunen en M.E.B. Nyman, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. C. Heijnen, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 20 januari 2017.