Strafrecht overig

Vrijspraak kinderopvangtoeslagfraude

Rechtbank Amsterdam, 6 juni 2019

Zaakgegevens

Op 6 juni 2019 heeft de Rechtbank Amsterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
6 juni 2019
Datum publicatie
12 augustus 2019
Zaaknummer
13/845261-17
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2019:5976
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Vrijspraak kinderopvangtoeslagfraude

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VERKORT VONNIS

Parketnummer: 13/845261-17

Datum uitspraak: 6 juni 2019

Verkort vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[naam verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1987 te [geboorteplaats] ( [land van herkomst] ),

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres

[BRP-adres]

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Dit verkort vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 6 juni 2019.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie,

mr. M.I.M. Geertsema, en van wat verdachte en haar raadsvrouw, mr. S. Grilk, naar voren hebben gebracht.

2 Tenlastelegging

Verdachte wordt kort gezegd verweten dat zij kinderopvangtoeslagfraude heeft gepleegd.

Onder feit 1 is aan haar tenlastegelegd dat zij een Antwoordformulier kinderopvangtoeslag 2010 en een Bezwaarformulier kinderopvang toeslag 2011 valselijk heeft opgemaakt dan wel heeft vervalst. Onder feit 2 is aan verdachte tenlastegelegd dat zij opzettelijk gebruik heeft gemaakt van valse of vervalste documenten door die documenten naar de Belastingdienst Toeslagen op te sturen.

De tekst van de volledige tenlastelegging is opgenomen in de bijlage die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.

3 Vrijspraak feit 1 en 2

3.1.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het onder feit 1 tenlastegelegde niet kan worden bewezen, zodat verdachte daarvan moet worden vrijgesproken. Feit 2 kan wel worden bewezen, maar dit feit kan niet aan verdachte worden toegerekend zodat zij ten aanzien daarvan moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging

3.2.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft primair bepleit dat verdachte van de onder 1 en 2 tenlastegelegde feiten moet worden vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs. Subsidiair moet verdachte worden ontslagen van alle rechtsvervolging, omdat de tenlastegelegde feiten niet aan haar kunnen worden toegerekend.

3.3.

Het oordeel van de rechtbank

Feit 1

De rechtbank is met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat het onder feit 1 tenlastegelegde niet kan worden bewezen, zodat verdachte daarvan moet worden vrijgesproken.

Feit 2

De rechtbank is van oordeel dat op grond van de stukken in het dossier en het verhandelde op de terechtzitting niet kan worden bewezen dat verdachte degene is geweest die in de tenlastelegging genoemde documenten aan de belastingdienst heeft opgestuurd. Het onder feit 2 tenlastegelegde kan daarom evenmin worden bewezen. Verdachte zal ook daarvan worden vrijgesproken.

4 Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart het ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door

mr. G.M. van Dijk, voorzitter,

mrs. P.P.C.M. Waarts en G. Demmink, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. C. de Bruin, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 6 juni 2019.

De jongste rechter en de voorzitter zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

[....]

.