Strafrecht overig
beroep ex artikel 509hh lid 5 van het Wetboek van Strafvordering gegrond
Rechtbank Amsterdam, 16 februari 2021
ECLI:NL:RBAMS:2021:1541 · Rechtbank Amsterdam · 16 februari 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-en-enige-aanleg/ecli-nl-rbams-2021-1541
Zaakgegevens
Op 16 februari 2021 heeft de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank AmsterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 16 februari 2021
- Datum publicatie
- 1 april 2021
- Zaaknummer
- RK 21/657
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste en enige aanlegEerste en enige aanlegEr is maar één rechter die over de zaak beslist; hoger beroep is niet mogelijk.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2021:1541
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
beroep ex artikel 509hh lid 5 van het Wetboek van Strafvordering gegrond
Uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar]beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling Publiekrecht
Teams Strafrecht
Parketnummer: 13/311126-20
RK: 21/657
Beschikking op het beroep ex artikel 509hh lid 5 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[verdachte] ,
geboren op [1994] te [geboorteplaats] ,
wonende op het adres [adres 1] , [plaats] ,
woonplaats kiezend op het adres van haar raadsman,
mr. I.J.G. van Raab van Canstein,
[adres, te plaats] ,
verdachte.
1 De procesgang
Het beroepschrift is op 4 februari 2021 ter griffie van deze rechtbank ontvangen.
In overleg met de raadsman en de officier van justitie, mr. R. Leuven, is het beroep buiten zitting afgedaan.
2 De inhoud van het beroepschrift
Het beroepschrift richt zich tegen de beslissing van officier van justitie van 3 december 2020 tot het opleggen van een gedragsaanwijzing.
3 Het standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie heeft op voorhand als standpunt ingenomen zich niet te verzetten tegen gegrondverklaring van het beroep.
4 De beoordeling
Op 3 december 2020 heeft de officier van justitie verdachte op grond van artikel 509hh Sv een zogenoemde gedragsaanwijzing gegeven. Deze aanwijzing houdt in dat verdachte zich voor een periode van 90 dagen niet mag ophouden op de adressen:
-
[adres 2] te Amsterdam;
-
[adres 3] te Amsterdam;
-
[adres 4] te Amsterdam;
-
[adres 5] te Amsterdam;
en geen contact (direct of indirect) mag hebben met de volgende personen:
-
[persoon 1] , geboren op [1987] ;
-
[persoon 2] , geboren op [1985] ;
-
[persoon 3] , geboren op [1991] ;
-
[persoon 4] , geboren op [1962] ;
-
[persoon 5] , geboren op [1962] .
Uit de gedragsaanwijzing volgt dat deze is gegeven naar aanleiding van de verdenking dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit (stalking):
- in verband waarmee vrees bestaat voor ernstig belastend gedrag van verdachte jegens een persoon of personen en
- in verband waarmee vrees bestaat voor gedrag van de verdachte dat herhaald gevaar voor goederen oplevert.
In het beroepschrift is aangevoerd dat geen sprake is van stalking, nu de wederrechtelijkheid en stelselmatigheid ontbreken. Er is geen sprake van vrees voor ernstig belastend gedrag tegenover een of meerdere personen en verdachte heeft inmiddels psychologische hulp gevraagd, waardoor daarvan ook in de toekomst geen sprake zal zijn.
In zijn e-mail van 8 februari 2021 heeft de officier van justitie medegedeeld dat de stalkingszaak zal worden geseponeerd wegens gebrek aan bewijs en dat door het Openbaar Ministerie het standpunt is ingenomen dat de zaak voorwaardelijk zal worden geseponeerd wat betreft de verdenking van mishandeling. Daarom zal de officier van justitie zich niet verzetten tegen het beroep.
Gelet op de inhoud van het beroep en het door de officier van justitie ingenomen standpunt zal de rechtbank het beroep gegrond verklaren.
5 De beslissing
De rechtbank komt tot de volgende beslissing.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond en beëindigt per heden, 16 februari 2021, de gedragsaanwijzing inzake [verdachte] voornoemd.
Deze beslissing is gegeven door
mr. E.G.C. Groenendaal, rechter,
in tegenwoordigheid van mr. C.T. St Rose, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op 16 februari 2021.
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.