Strafrecht overig
EAB Ierland, vervolging. Verweer met betrekking tot lijstfeit verworpen. Lichamelijke gezondheid opgeëiste…
Rechtbank Amsterdam, 9 februari 2022
ECLI:NL:RBAMS:2022:648 · Rechtbank Amsterdam · 9 februari 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-en-enige-aanleg/ecli-nl-rbams-2022-648
Zaakgegevens
Op 9 februari 2022 heeft de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank AmsterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 9 februari 2022
- Datum publicatie
- 16 februari 2022
- Zaaknummer
- 13/751900-21
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste en enige aanlegEerste en enige aanlegEr is maar één rechter die over de zaak beslist; hoger beroep is niet mogelijk.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2022:648
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
EAB Ierland, vervolging. Verweer met betrekking tot lijstfeit verworpen. Lichamelijke gezondheid opgeëiste persoon, kan rol spelen bij feitelijke overlevering, artikel 35 OLW. Overlevering toegestaan.
Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13/751900-21
RK nummer: 21/6652
Datum uitspraak: 9 februari 2022
UITSPRAAK
op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 3 december 2021 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 21 december 2020 door the High Court in Dublin (Ierland) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon] ,
geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1967,
laatst opgegeven verblijfplaats: [adres] , [plaats] ,
hierna te noemen de opgeëiste persoon.
1 Procesgang
De vordering is behandeld op de openbare zitting van 26 januari 2022. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie, mr. J.J.M. Asbroek. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsman, mr. R. Zilver, advocaat te Utrecht, en door een tolk in de Poolse taal.
Op grond van artikel 22, derde lid, OLW heeft de rechtbank de termijn waarbinnen zij op grond van het eerste lid van dit artikel uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd, omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen.
2 Identiteit van de opgeëiste persoon
De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.
3 Grondslag en inhoud van het EAB
In het EAB wordt melding gemaakt van twee aanhoudingsbevelen van de Limerick District Court van 12 mei 2020.
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Iers recht strafbare feiten.
Deze feiten zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.
4 Strafbaarheid
Feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW
Onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, moet achterwege blijven, nu de uitvaardigende justitiële autoriteit de strafbare feiten heeft aangeduid als feiten vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. De feiten vallen op deze lijst onder nummer 5, te weten:
illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen.
Uit het EAB volgt dat op de feiten naar het recht van Ierland een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.
Standpunt van de raadsman
Het lijstfeit ‘illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen’ is ten onrechte aangekruist, omdat uit de feitomschrijving slechts blijkt dat er 76,965 gram cannabis is aangetroffen in de woning van de opgeëiste persoon en niet blijkt van enige vorm van handel daarin. Aldus is er sprake van evidente tegenstrijdigheid tussen enerzijds de feitomschrijving en anderzijds het aangekruiste lijstfeit en is het lijstfeit niet in redelijkheid aangekruist. De overlevering dient te worden geweigerd.
Standpunt van de officier van justitie
Er is geen sprake van evidente tegenstrijdigheid tussen het lijstfeit en de feitomschrijving. Het lijstfeit is in redelijkheid aangekruist. De rechtbank dient het lijstfeit terughoudend te toetsen en beschikt niet over het strafdossier. De aangetroffen hoeveelheid cannabis, te weten 76,965 gram, wijst er niet evident op dat de opgeëiste persoon de cannabis alleen voor eigen gebruik onder zich had. De officier van justitie heeft de rechtbank verzocht de overlevering toe te staan.
Oordeel van de rechtbank
Het is aan de uitvaardigende justitiële autoriteit om, aan de hand van het recht van haar lidstaat, te beoordelen of een naar het recht van de uitvaardigende lidstaat de strafbare feiten waarvoor overlevering wordt verzocht onder de hiervoor genoemde lijst vallen.
De rechtbank is in beginsel gebonden aan het oordeel van de uitvaardigende justitiële autoriteit dat een feit waarvoor overlevering wordt verzocht een lijstfeit oplevert.
De omstandigheid dat een feit, ondanks het oordeel van de uitvaardigende justitiële autoriteit, niet een lijstfeit oplevert, kan niet zonder meer tot weigering van de overlevering voor dat feit leiden. In een dergelijk geval moet de rechtbank immers nagaan of dat feit strafbaar is naar Nederlands recht.
De raadsman heeft aangevoerd dat de feiten geen lijstfeit opleveren, maar heeft niet aangevoerd – en aannemelijk gemaakt – dat de strafbaarheid naar Nederlands recht van die feiten ontbreken en dat de rechtbank gebruik zou moeten van haar bevoegdheid om op die grond de overlevering voor die feiten te weigeren. Het verweer behoeft daarom geen inhoudelijke bespreking.
5 Overige verweren
Lichamelijke gezondheid opgeëiste persoon
De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat overlevering van de opgeëiste persoon op dit moment niet evenredig is in verband met de slechte lichamelijke gezondheid van de opgeëiste persoon als gevolg van een eerdere coronabesmetting.
De gezondheid van de opgeëiste persoon kan een rol spelen in het kader van de feitelijke overlevering. De officier van justitie kan bij de feitelijke overlevering rekening houden met medische kwesties in het kader van artikel 35 OLW. De gezondheid van de opgeëiste persoon vormt evenwel in beginsel geen beletsel voor de toelaatbaarheid van de overlevering.
6 Slotsom
Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW, er ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan en er geen sprake is van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven, dient de overlevering te worden toegestaan.
7 Toepasselijke wetsartikelen
De artikelen 2, 5 en 7 OLW.
8 Beslissing
STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan the High Court in Dublin (Ierland) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Aldus gedaan door
mr. A.J.R.M. Vermolen, voorzitter,
mrs. M.C.M. Hamer en J.A.A.G. de Vries, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. M.A. Dijk, griffier,
en uitgesproken ter openbare zitting van 9 februari 2022.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.