Strafrecht overig
Executie-EAB uit Letland. Samengevoegd vonnis. Weigeringsgrond artikel 12 OLW niet van toepassing…
Rechtbank Amsterdam, 27 september 2022
ECLI:NL:RBAMS:2022:7019 · Rechtbank Amsterdam · 27 september 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-en-enige-aanleg/ecli-nl-rbams-2022-7019
Zaakgegevens
Op 27 september 2022 heeft de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank AmsterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 27 september 2022
- Datum publicatie
- 29 november 2022
- Zaaknummer
- 13/159027-22
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste en enige aanlegEerste en enige aanlegEr is maar één rechter die over de zaak beslist; hoger beroep is niet mogelijk.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2022:7019
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Executie-EAB uit Letland. Samengevoegd vonnis. Weigeringsgrond artikel 12 OLW niet van toepassing. Overlevering toegestaan.
Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13/159027-22
RK nummer: 22/3508
Datum uitspraak: 27 september 2022
UITSPRAAK
op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 12 juli 2022 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 2 mei 2022 door de Prosecutor General’s Office of the Republic of Latvia (Letland) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon],
geboren te [geboorteplaats] (Letland) op [geboortedag] 1963,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
gedetineerd in [detentieadres],
hierna te noemen de opgeëiste persoon.
1 Procesgang
De vordering is behandeld op de openbare zitting van 13 september 2022. Het onderzoek heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie, mr. M. Westerman. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. N.M. Delsing, waarnemend voor mr. A.M. Timorason, beiden advocaat te Amsterdam en door een tolk in de Russische taal.
Op grond van artikel 22, derde lid, OLW heeft de rechtbank de termijn waarbinnen zij op grond van het eerste lid van dit artikel uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen.
De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat deze verlenging – gedaan na het verstrijken van de 60 dagen termijn – te laat was, en de opgeëiste persoon als gevolg daarvan onmiddellijk in vrijheid moest worden gesteld.
Het feit dat de rechtbank de beslistermijn met terugwerkende kracht heeft verlengd – te weten op 13 september 2022, ná het verstrijken van de 60 dagen termijn, heeft, in tegenstelling tot hetgeen door de raadsvrouw is bepleit, geen gevolgen voor de overleveringsdetentie van de opgeëiste persoon. Het bevel inbewaringstelling (of, in andere gevallen, het bevel inverzekeringstelling) waarop de detentie is gebaseerd is immers nog steeds van kracht en loopt door tot het moment waarop de rechtbank over de gevangenhouding beslist.
De openbare zitting van – in dit geval – 13 september 2022 waarop de behandeling van de vordering plaatsvond, is het eerste moment dat de rechtbank het EAB meervoudig behandelt. Dat is dan ook het eerste moment waarop over de gevangenhouding kan worden beslist.
Ten overvloede merkt de rechtbank nog op dat de overleveringswet het verlengen van de beslistermijn van zestig dagen met terugwerkende kracht niet uitsluit.
2 Identiteit van de opgeëiste persoon
De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Letse nationaliteit heeft.
3 Grondslag en inhoud van het EAB
In het EAB wordt melding gemaakt van vier vonnissen:
een vonnis van de Riga City Latgale Suburb Court van 24 oktober 2014, partially lifted by een vonnis in hoger beroep van de Riga Regional court Criminal Matters Court Panel van 25 augustus 2016;
een vonnis van de Riga City Latgale Suburb Court van 25 februari 2015 en
een vonnis van de Riga City Latgale Suburb Court van 14 maart 2017.
In het EAB staat vermeld dat de straffen die zijn opgelegd bij vonnissen I, II zijn samengevoegd bij vonnis III.
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van 8 jaren, opgelegd bij vonnis III waarvan nog 1 jaar, 11 maanden en 1 dag resteren.
Deze vonnissen betreffen de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.
In het EAB en de aanvullende informatie daarop van 30 augustus 2022 en 12 september 2022 staat vermeld dat de opgeëiste persoon aanwezig was bij de processen die tot deze hebben geleid.
4 Strafbaarheid
Feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW
Onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, moet achterwege blijven, nu de uitvaardigende justitiële autoriteit de strafbare feiten heeft aangeduid als feiten vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. De feiten vallen op deze lijst onder nummer 5, te weten:
Illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen.
Uit het EAB volgt dat op deze feiten naar het recht van Letland een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.
5 Slotsom
Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW, er ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan en er geen sprake is van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven, dient de overlevering te worden toegestaan.
6 Toepasselijke wetsbepalingen
De artikelen 2, 5 en 7 OLW.
7 Beslissing
STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan de Prosecutor General’s Office of the Republic of Latvia (Letland) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Aldus gedaan door
mr. J.G. Vegter, voorzitter,
mrs. J.A.A.G. de Vries en C.M. Delstra, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. A.M. Rus, griffier,
en uitgesproken ter openbare zitting van 27 september 2022.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.