Strafrecht overig

Bezwaar ex art. 6:6:3 en 6:6:23 Sv niet-ontvankelijk. Geen belang omdat vervangende hechtenis al is ondergaan.

Rechtbank Amsterdam, 2 maart 2022

Zaakgegevens

Op 2 maart 2022 heeft de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
2 maart 2022
Datum publicatie
23 maart 2022
Zaaknummer
RK 21/017933
Procedure
Raadkamer
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2022:1415
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Bezwaar ex art. 6:6:3 en 6:6:23 Sv niet-ontvankelijk. Geen belang omdat vervangende hechtenis al is ondergaan.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Strafrecht

Zittingsplaats Amsterdam

parketnummer : 13-250272-18

raadkamernummer : 21-017933

datum : 2 maart 2022

beslissing van de politierechter op het bezwaar op grond van artikel 6:3:3 en artikel 6:6:23 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:

[veroordeelde],

geboren op [geboortedag] 1959 te [geboorteplaats],

wonende op het adres [adres], [plaats],

hierna te noemen: veroordeelde.

Feiten

De politierechter in deze rechtbank heeft bij vonnis van 18 februari 2020 veroordeelde een taakstraf van 20 uren opgelegd en bevolen dat voor het geval veroordeelde de taakstraf niet (naar behoren) verricht, vervangende hechtenis van 10 dagen zal worden toegepast. Het vonnis is onherroepelijk.

Het Openbaar Ministerie heeft op 14 december 2020 beslist dat de vervangende hechtenis (10 dagen) wordt toegepast en hiervan aan veroordeelde kennis gegeven. De kennisgeving van deze beslissing is op 3 november 2021 aan veroordeelde toegezonden.

Procedure

Het bezwaar is op 18 november 2021 op de griffie van deze rechtbank ingediend.

De rechtbank heeft op 2 maart 2022 het bezwaar op de openbare terechtzitting behandeld.

De rechtbank heeft veroordeelde en de officier van justitie op zitting gehoord.

Bezwaar

Het bezwaar richt zich tegen de kennisgeving door het Openbaar Ministerie. Het strekt ertoe dat de rechtbank de beslissing van het Openbaar Ministerie tot toepassing van de vervangende hechtenis wijzigt en veroordeelde in de gelegenheid stelt de taakstraf alsnog te verrichten.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat veroordeelde niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het bezwaar.

Standpunt van de verdediging

Veroordeelde heeft in raadkamer aangevoerd dat hij de vervangende hechtenis al heeft uitgezeten.

Ontvankelijkheid

Gebleken is dat veroordeelde de vervangende hechtenis al heeft ondergaan. Daarmee is het belang dat veroordeelde bij het bezwaar had, komen te vervallen. Veroordeelde zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in het bezwaar.

Beslissing

De rechtbank verklaart veroordeelde niet-ontvankelijk in het bezwaar.

Deze beslissing is gegeven door

mr. H.E. Hoogendijk, politierechter,

in tegenwoordigheid van A. Gordon, griffier,

en in het openbaar uitgesproken op 2 maart 2022.