Strafrecht overig
EAB België | vervolging | geen nieuw oordeel over een EAB waar Overleveringsrechter al over heeft geoordeeld…
ECLI:NL:RBAMS:2016:9408 · Rechtbank Amsterdam · 27 december 2016
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/rekestprocedure/ecli-nl-rbams-2016-9408
Zaakgegevens
Op 27 december 2016 heeft de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank AmsterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 27 december 2016
- Datum publicatie
- 27 januari 2017
- Zaaknummer
- 13.751914-16
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- RekestprocedureRekestprocedureEen procedure die begint met een verzoekschrift (rekest) aan de rechter in plaats van met een dagvaarding.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2016:9408
Samenvatting
EAB België | vervolging | geen nieuw oordeel over een EAB waar Overleveringsrechter al over heeft geoordeeld | niet-ontvankelijk
Uitspraak
Inhoudsopgave
RECHTBANK AMSTERDAM,
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13.751914-16
RK-nummer: 16/7687
Datum uitspraak: 27 december 2016
UITSPRAAK
op de vordering ex artikel 23 van de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 10 november 2016 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 26 mei 2013, aangevuld met brieven van 2 september 2016 en
14 oktober 2016, door de Rechtbank van eerste aanleg Antwerpen (Belgie) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
thans uit anderen hoofde gedetineerd in de [detentie adres]
;
hierna te noemen “de opgeëiste persoon”.
1 Procesgang
De vordering is behandeld op de openbare zitting van 27 december 2016. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. U. Weitzel.
Namens de opgeëiste persoon was aanwezig mr. S. Pijl, advocaat te Amsterdam.
De opgeëiste persoon is niet verschenen.
2 Identiteit van de opgeëiste persoon
De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Nederlandse nationaliteit heeft.
3 Grondslag en inhoud van het EAB
In het EAB wordt melding gemaakt van een aanhoudingsmandaat bij verstek d.d. 26 mei 2016, uitgevaardigd door de onderzoeksrechter bij de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen, Afdeling Antwerpen.
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan vijf naar het recht van België strafbare feiten.
4 De ontvankelijkheid van de officier van justitie
De rechtbank heeft op 30 augustus 2016 de overlevering op grond van het hiervoor genoemde EAB reeds geweigerd omdat de omschrijving van de feiten niet voldeed aan de in artikel 2, tweede lid, aanhef en onder e, OLW gestelde eisen.
Ter terechtzitting heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat op basis van de aanvullende informatie de overlevering kan worden toegestaan. Weliswaar is het vaste jurisprudentie dat eenzelfde EAB niet opnieuw kan worden beoordeeld, maar in dit geval is sprake van nieuwe feiten en omstandigheden die het opnieuw in behandeling nemen van het EAB rechtvaardigen. Er is een nieuwe situatie ontstaan. De officier van justitie heeft daarbij verwezen naar een zaak waarin de officier van justitie zelf tot afwijzen was gekomen en deze opnieuw is beoordeeld door de rechtbank.
De raadsvrouw heeft de rechtbank verzocht de officier van justitie niet-ontvankelijk te verklaren. De opgeeiste persoon moet er op kunnen vertrouwen dat hij niet zal worden overgeleverd gelet op de eerdere weigering. De aanvullende informatie ziet absoluut niet op nieuwe feiten en omstandigheden.
De rechtbank is van oordeel dat de officier van justitie niet in haar vordering kan worden ontvangen. De nieuwe vordering tot het in behandeling nemen van eenzelfde EAB waarop reeds is beslist, past niet in het stelsel van de OLW, ook niet op grond van aanvullende informatie. De zaak waarnaar de officier van justitie heeft verwezen, betreft bovendien een andere situatie. Het eerste oordeel in die zaak was genomen door de officier van justitie. De Overleveringsrechter had dus nog niet eerder over het EAB geoordeeld. In de onderliggende zaak ligt er echter al een oordeel van de Overleveringsrechter over het EAB.
De rechtbank zal de officier van justitie in haar vordering dan ook niet-ontvankelijk verklaren.
5 Beslissing
VERKLAART de officier van justitie niet-ontvankelijk in haar vordering tot het in behandeling nemen van het EAB.
Aldus gedaan door
mr. H.P. Kijlstra, voorzitter,
mrs. E.M.M. Gabel en M. van Mourik rechters,
in tegenwoordigheid van C.E. van Diepen, griffier,
en uitgesproken ter openbare zitting van 27 december 2016.
De griffier is buiten staat deze
uitspraak te ondertekenen.
De oudste rechter is buiten staat deze
uitspraak te ondertekenen.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.
[A/B/C]