Strafrecht overig
Beslissing opheffing overleveringsdetentie. Duits vervolgings-EAB. Gelet op het arrest van het HvJ EU van 27…
ECLI:NL:RBAMS:2019:3943 · Rechtbank Amsterdam · 29 mei 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/rekestprocedure/ecli-nl-rbams-2019-3943
Zaakgegevens
Op 29 mei 2019 heeft de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank AmsterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 29 mei 2019
- Datum publicatie
- 3 juni 2019
- Zaaknummer
- 13/751359-19
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- RekestprocedureRekestprocedureEen procedure die begint met een verzoekschrift (rekest) aan de rechter in plaats van met een dagvaarding.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2019:3943
Samenvatting
Beslissing opheffing overleveringsdetentie. Duits vervolgings-EAB. Gelet op het arrest van het HvJ EU van 27 mei 2019, ECLI:EU:C:2019:456, moet worden aangenomen dat het EAB niet is uitgevaardigd door een rechterlijke autoriteit.
Uitspraak
Inhoudsopgave
RECHTBANK AMSTERDAM,
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13/751359-19
BESLISSING
De raadkamer van deze rechtbank heeft kennis genomen van het op overleveringsverzoek van de autoriteiten van Duitsland ten aanzien van de opgeëiste persoon:
[opgeëiste persoon] (alias [alias opgeëiste persoon] )
geboren te [geboorteplaats] (Egypte) op [geboortedag] 1984,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
thans gedetineerd [detentieplaats] .
Op 28 mei 2019 heeft de rechtbank per e-mail de raadsman, mr. M. Mesoudi, advocaat te Zeeland West-Brabant, en de officier van justitie meegedeeld dat zij voornemens is om ten spoedigste (ambtshalve) een beslissing te nemen omtrent het voortduren van de overleveringsdetentie van de opgeëiste persoon en dat de rechtbank alvorens te beslissen, partijen in de gelegenheid stelt een standpunt in te nemen hieromtrent.
De officier van justitie heeft per e-mailbericht van 29 mei 2019 onder andere als volgt meegedeeld. Er is contact gelegd met de betrokken Duitse autoriteiten. Deze zijn thans bezig het EAB te laten vervangen door een door de rechter ondertekend exemplaar. Alsdan wordt het nieuwe EAB het IRC toegestuurd.
De officier van justitie meent dat een vrijlating van de opgeëiste persoon niet in de rede zou moeten liggen. Mocht de Rechtbank anders overwegen, dan wordt verzocht om over deze zaken een zitting te houden, zodat partijen in de gelegenheid worden gesteld hun standpunt in rechte kenbaar te maken.
De rechtbank overweegt als volgt. Het EAB is uitgevaardigd door een Duits Openbaar Ministerie. Gelet op de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU 27 mei 2019, C-508/18 en C-82/19 PPU, ECLI:EU:C:2019:456), moet worden aangenomen dat het EAB niet is uitgevaardigd door een rechterlijke autoriteit. Het EAB is dus niet een “rechterlijke beslissing” in de zin van artikel 1, eerste lid, van Kaderbesluit 2002/584/JHA, zodat het geen grondslag biedt voor vrijheidsbeneming.
De rechtbank ziet daarom geen aanleiding de beslissing over het voortduren van de overleveringsdetentie aan te houden om op een behandeling ter zitting (opnieuw) de standpunten van partijen te vernemen.
De rechtbank zal de overleveringsdetentie opheffen.
BESLISSING:
HEFT OP de overleveringsdetentie.
Deze beslissing is genomen op 29 mei 2019 door:
mr. C. Klomp, rechter,
in tegenwoordigheid van mr. A.T.P. van Munster, griffier.