Strafrecht overig
Bezwaarschrift artikel 6.6.23 Sv conform standpunt OM gegrond.
Rechtbank Amsterdam, 1 december 2022
ECLI:NL:RBAMS:2022:7598 · Rechtbank Amsterdam · 1 december 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-amsterdam/strafrecht/strafrecht-overig/rekestprocedure/ecli-nl-rbams-2022-7598
Zaakgegevens
Op 1 december 2022 heeft de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank AmsterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 1 december 2022
- Datum publicatie
- 16 december 2022
- Zaaknummer
- 22-018225
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- RekestprocedureRekestprocedureEen procedure die begint met een verzoekschrift (rekest) aan de rechter in plaats van met een dagvaarding.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2022:7598
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Bezwaarschrift artikel 6.6.23 Sv conform standpunt OM gegrond.
Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
Strafrecht
Parketnummer : 13-104270-21
Raadkamernummer : 22-018225
Beslissing van de politierechter op het bezwaar op grond van artikel 6:3:3 en
artikel 6:6:23 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[veroordeelde],
geboren op [geboortedag] 1964 te [geboorteplaats],
te dezen woonplaats kiezende op het adres van zijn raadsvrouw
mr. L.C. Fleskens, [adres],
hierna te noemen: de veroordeelde.
Feiten
De politierechter heeft bij vonnis van 2 juni 2021 de veroordeelde een taakstraf van 15 uren opgelegd en bevolen dat voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet (naar behoren) verricht, vervangende hechtenis van 7 dagen zal worden toegepast. Het vonnis is onherroepelijk.
Het Openbaar Ministerie heeft op 18 november 2021 beslist dat vervangende hechtenis wordt toegepast en hiervan aan de veroordeelde kennis gegeven. De kennisgeving van deze beslissing is op 10 december 2021 (niet in persoon) aan de veroordeelde betekend.
Procedure
Het bezwaar is op 18 augustus 2022 op de griffie van deze rechtbank ingediend.
De rechtbank heeft op 1 december 2022 het bezwaar op de openbare terechtzitting behandeld.
De rechtbank heeft de gemachtigde advocaat van de veroordeelde, mr. L.C. Fleskens, en de officier van justitie op zitting gehoord.
Bezwaar
Het bezwaar richt zich tegen de kennisgeving door het Openbaar Ministerie. Het strekt ertoe dat de rechtbank de beslissing van het Openbaar Ministerie tot toepassing van de vervangende hechtenis wijzigt en de veroordeelde in de gelegenheid stelt de taakstraf alsnog te verrichten.
De raadsvrouw heeft aangevoerd dat de veroordeelde de taakstraf vanwege trieste persoonlijke omstandigheden gedurende de Corona periode niet heeft kunnen verrichten. Hij wil de taakstraf alsnog verrichten. Hij is per e-mail ([e-mailadres]) en telefoon
([telefoonnummer]) voor de reclassering bereikbaar. In het geval het bezwaarschrift wordt toegewezen is de raadsvrouw bereid om deze gegevens te verstrekken aan de reclassering.
Standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat het bezwaar gegrond verklaard dient te worden.
Beoordeling
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken in de zaak onder bovenvermeld parketnummer, waaronder:
-
het hiervoor genoemde aantekening mondeling vonnis;
-
het rapport van de Reclassering Nederland, Noord-West, van 4 november 2021, met het advies de tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis te bevelen;
-
de kennisgeving van de beslissing tot toepassing van de vervangende hechtenis;
-
het bezwaar van de veroordeelde.
De rechtbank is op grond van de hierboven genoemde stukken en de behandeling ter zitting van oordeel dat het niet geheel aan de veroordeelde is te wijten dat de taakstraf niet is verricht en dat hij alsnog in de gelegenheid moet worden gesteld de taakstraf te verrichten.
De rechtbank zal daarom het bezwaarschrift van de veroordeelde gegrond verklaren en de beslissing tot toepassing van 7 dagen vervangende hechtenis opheffen. De rechtbank zal daarbij bepalen dat de termijn, waarbinnen de veroordeelde de taakstraf dient te hebben verricht, met 3 maanden wordt verlengd.
Beslissing
De rechtbank
- verklaart het bezwaar gegrond;
- bepaalt het aantal uren taakstraf dat nog moet worden verricht op 15 uren;
- bepaalt dat de taakstraf binnen 3 maanden na heden moet worden voltooid.
Deze beslissing is gegeven door
mr. K. Duker, politierechter,
in tegenwoordigheid van E.J.M. Veerman, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op 1 december 2022.