Strafrecht overig

Verzocht werd, naast de forfaitaire vergoeding, een extra immateriële schadevergoeding toe te kennen. De…

Rechtbank Arnhem, 2 september 2011

Zaakgegevens

Op 2 september 2011 heeft de Rechtbank Arnhem in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
2 september 2011
Datum publicatie
5 april 2013
Zaaknummer
11/497
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBARN:2011:BR6477
E-mail

Samenvatting

Verzocht werd, naast de forfaitaire vergoeding, een extra immateriële schadevergoeding toe te kennen. De rechtbank wijst dit af onder de volgende motivering:

De forfaitaire vergoeding voor ondergane inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis omvat een materiële en immateriële component. In die forfaitaire vergoeding is dus al impliciet rekening gehouden met de impact die de detentie op verzoekster heeft gehad, de aard van de verdenking en de mogelijke aantasting van verzoekster in haar goede naam en eer. Alleen indien sprake is van zeer uitzonderlijke gevallen zou een hogere vergoeding toegekend kunnen worden. Gelet op de verdenking jegens verzoekster is daar naar het oordeel van de raadkamer geen sprake van geweest

Uitspraak

RECHTBANK ARNHEM

SECTOR STRAFRECHT

ENKELVOUDIGE RAADKAMER

Rechtbanknummer : 11/497

Parketnummer ; 05/601807-08

Datum zitting : 17 augustus 2011

Datum uitspraak : 02 september 2011

Beschikking van de enkelvoudige openbare raadkamer naar aanleiding van het op 08 juni 2011 ter griffie van deze rechtbank ingekomen verzoekschrift voor zover betreffende artikel 89 van het Wetboek van Strafvordering van:

naam : [verzoekster]

geboren op : [geboortedatum]

adres : [adres]

plaats : [woonplaats],

woonplaats kiezende te [adres] ten kantore van haar advocaat mr. S.R. van Laar.

De behandeling in raadkamer

In openbare raadkamer van 17 augustus 2011 zijn verzoekster, haar advocaat , mr. M.R. Roethof, optredende namens mr. S.R. van Laar, en de officier van justitie gehoord:

De officier van justitie persisteert bij zijn conclusie d.d. 14 juli 2011.

De beoordeling

De raadkamer heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

- het verzoekschrift dat strekt tot toekenning van een geldelijke vergoeding ten bedrage van:

- € 2.155,-- ter zake schade welke is geleden tengevolge van de ondergane

Inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis;

- € 538,75 ter zake extra geleden immateriële schade;

- de stukken waaruit blijkt dat verzoekster op 26 september 2008 in verzekering is gesteld en op 22

oktober 2008 is heengezonden;

- een vonnis van de politierechter d.d. 18 maart 2011 waarbij verzoekster is vrijgesproken van het

haar tenlastegelegde;

- de conclusie van de officier van justitie d.d. 14 juli 2011;

De raadkamer constateert dat de zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel.

De raadkamer overweegt voorts ten aanzien van wat door verzoeker is verzocht als volgt:

Detentie

Bij het vaststellen van de hoogte van het te vergoeden bedrag hanteert de raadkamer het in

deze rechtbank gebruikelijke bedrag van € 80,00 per nacht voor ondergane verzekering vermeerderd tot € 105,00 indien dit wordt ondergaan op het politiebureau of in beperkingen.

Verzoekster heeft in totaal 3 dagen in detentie op het politiebureau doorgebracht en 23 dagen in een Huis van Bewaring. Daarvoor komt haar een vergoeding toe van 3 x € 105,00 = € 315,00 + 23 x € 80,- = € 1.840,-- totaal € 2.155,--.

Extra immateriële schade

Naast de forfaitaire vergoeding voor ondergane in verzekeringstelling en voorlopige hechtenis verzoekt verzoekster een extra immateriële schadevergoeding aangezien de detentie een enorme impact op haar heeft gehad. Immers hebben de aard van de verdenking en de detentie haar in haar goede naam en eer aangetast. Bovendien heeft de lange duur van afhandeling van de zaak haar onnodig lang in onzekerheid doen verkeren.

Tijdens de behandeling in raadkamer heeft verzoekster nog opgemerkt nog steeds lichamelijke klachten te ervaren als gevolg van de detentie.

De raadkamer overweegt hiertoe als volgt.

De forfaitaire vergoeding voor ondergane inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis omvat een materiële component en een immateriële component. In die forfaitaire vergoeding is dus al impliciet rekening gehouden met de impact die de detentie op verzoekster heeft gehad, de aard van de verdenking en de mogelijke aantasting van verzoekster in haar goede naam en eer. Alleen indien sprake is van zeer uitzonderlijke gevallen zou een hogere vergoeding toegekend kunnen worden.

Gelet op de verdenking jegens verzoekster is daar naar het oordeel van de raadkamer geen sprake van geweest.

Tijdens de behandeling in raadkamer heeft verzoekster nog aangegeven nog steeds lichamelijke klachten te ervaren als gevolg van de detentie. Niet alleen worden deze klachten niet onderbouwd, ook van enig causaal verband tussen de beweerdelijke klachten van verzoekster en haar detentie is niet gebleken.

De raadkamer zal daarom beslissen als hierna te melden en neemt daarbij de desbetreffende wetsartikelen in aanmerking.

De beslissing

Kent toe aan verzoeker voornoemd een vergoeding uit ’s Rijks kas ten bedrage van

€ 2.155,-- (zegge tweeduizendeenhonderdvijfenvijftig euro).

Gelast de griffier van de rechtbank om aan verzoeker voornoemd uit te betalen de somma van

€ 2.155,-- (zegge tweeduizendeenhonderdvijfenvijftig euro).

Beveelt de tenuitvoerlegging van deze beslissing, nadat deze in kracht van gewijsde is gegaan, door overmaking op rekeningnummer [X]

Wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. P.C. Quak, rechter, in tegenwoordigheid van R. van Dijk, griffier, en uitgesproken in openbare raadkamer van 02 september 2011.