Strafrecht overig

Rechtbank Arnhem · Eerste aanleg - meervoudig · Strafrecht overig

Rechtbank Arnhem, 10 oktober 2001

Zaakgegevens

Op 10 oktober 2001 heeft de Rechtbank Arnhem in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
10 oktober 2001
Datum publicatie
4 april 2013
Zaaknummer
05.095172-00
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBARN:2001:AD4408
E-mail

Samenvatting

Voor deze uitspraak is nog geen samenvatting beschikbaar.

Uitspraak

ARRONDISSEMENTSRECHTBANK TE ARNHEM MEERVOUDIGE STRAFKAMER

In de zaak van:

de officier van justitie in het arrondissement Arnhem

tegen:

‘verdachte (broer 3)’

Raadsman: mr. D.J.L. Wijnveldt, advocaat te Westervoort.

Parketnummer : 05.095172-00

Zittingsdatum : 26 september 2001 (tegenspraak)

Uitspraak : 10 oktober 2001

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd hetgeen in de dagvaarding is omschreven, zoals deze op 4 april 2001 is gewijzigd. Een kopie van die gewijzigde dagvaarding is hierna opgenomen als bijlage I, waarvan de inhoud als hier ingevoegd moet worden beschouwd.

Voor zover in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

2. Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is, na eerdere behandelingen, op 26 september 2001 in een nieuwe samenstelling ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. D.J.L. Wijnveldt, advocaat te Westervoort.

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 14 jaren met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.

Verdachte en zijn raadsman hebben het woord ter verdediging gevoerd.

3. De motivering van de beslissing

Blijkens meerdere getuigenverklaringen heeft verdachte in verschillende gesprekken kenbaar gemaakt dat hij “het slachtoffer” dood wenste. Er zijn evenwel daarnaast onvoldoende bewijsmiddelen die in samenhang met die gesprekken bezien tot de overtuiging kunnen leiden dat verdachte één van de tenlastegelegde strafbare feiten heeft begaan, zodat verdachte daarvan zal worden vrijgesproken.

4. De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Spreekt verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten.

Aldus gewezen door:

mrs.

H. Eigenberg, rechter als voorzitter,

P. Verkade, rechter,

T.P.E.E. van Groeningen, rechter,

in tegenwoordigheid van J. van Elst, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 10 oktober 2001.