Strafrecht overig

Rechtbank Arnhem · Eerste aanleg - meervoudig · Strafrecht overig

Rechtbank Arnhem, 28 november 2002

Zaakgegevens

Op 28 november 2002 heeft de Rechtbank Arnhem in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
28 november 2002
Datum publicatie
4 april 2013
Zaaknummer
05/061642-02
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBARN:2002:AF1243
E-mail

Samenvatting

Voor deze uitspraak is nog geen samenvatting beschikbaar.

Uitspraak

Rechtbank Arnhem

Sector strafrecht

Meervoudige Kamer

Parketnummer : 05/061642-02

Datum zitting : 14 november 2002

Datum uitspraak : 28 november 2002

VERKORT VONNIS

TEGENSPRAAK

in de zaak van

de officier van justitie in het arrondissement Arnhem

tegen

verdachte

Raadsman: mr. K.A. Krikke, advocaat te Veenendaal

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 07 april 2001 te Kootwijkerbroek, gemeente Barneveld,,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, “slachtoffer 1” en/of “slachtoffer 2” heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht,

althans met zware mishandeling, immers heeft//hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) opzettelijk dreigend met een personenauto (merk Mercedes) een of meerdere kraanwagen(s), bestuurd door voornoemde “slachtoffer 1” en/of “slachtoffer 2”, (de weg) afgesneden en/of (de doorgang) geblokkeerd, althans verhinderd door te rijden en/of (vervolgens) voornoemde “slachtoffer 2” bij de (boven)kleding ter hoogte van de keel vastgepakt en/of (vervolgens) aan die bovenkleding getrokken en/of in de keel van die “slachtoffer 2” geknepen;

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

2. Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is op 14 november 2002 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. K.A. Krikke, advocaat te Veenendaal.

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het tenlastegelegde feit zal worden veroordeeld tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en een werkstraf voor de duur van 80 uren subsidiair 40 dagen hechtenis.

Verdachte en zijn raadsman hebben het woord ter verdediging gevoerd.

3. De beslissing inzake het bewijs

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte is tenlastegelegd en zal hem daarvan vrijspreken.

De rechtbank is van oordeel dat niet wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte betrokken is geweest bij het bij de (boven)kleding ter hoogte van de keel vastpakken van “slachtoffer 2” en het vervolgens aan die (boven)kleding trekken en in de keel knijpen van genoemde “slachtoffer 2”, zoals in het tweede gedeelte van de tenlastelegging is opgenomen.

Bij het met een personenauto een of meerdere kraanwagens, bestuurd door “slachtoffer 1” en “slachtoffer 2”, de weg afsnijden en/of de doorgang blokkeren, zoals in het eerste gedeelte van de tenlastelegging is opgenomen, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen dat verdachte opzettelijk dreigend heeft gehandeld waarbij zijn opzet zou zijn gericht op bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, danwel bedreiging met zware mishandeling van genoemde personen.

4. De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Spreekt verdachte vrij van het tenlastegelegde feit.

Aldus gewezen door:

mrs. B.P.J.A.M. van der Pol, als voorzitter,

J.A.W. Lensing en O.J.D.M.L. Jansen, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. M. van Gameren , griffier.

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 28 november 2002.