Strafrecht overig
Vordering ex.art. 552f Sv in verband met een vals horloge".
Rechtbank Breda, 19 januari 2006
ECLI:NL:RBBRE:2006:AV0115 · Rechtbank Breda · 19 januari 2006
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-breda/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbbre-2006-av0115
Zaakgegevens
Op 19 januari 2006 heeft de Rechtbank Breda in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank BredaRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 19 januari 2006
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- rk-nummer: 05/762
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBBRE:2006:AV0115
Samenvatting
Vordering ex.art. 552f Sv in verband met een vals horloge".
Uitspraak
RECHTBANK BREDA
parketnr. 811205/05
rk-nummer: 05/762
Beslissing op de vordering tot onttrekking aan het verkeer ex artikel 552f van het wetboek van strafvordering
Beslissing op de vordering van de officier van justitie ingekomen ter griffie van 18 augustus 2005 in de zaak:
[naam verdachte],
Geboren [datum en plaats],
Wonende te [adres].
1. De procedure.
De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:
? bovengenoemde vordering;
? het proces-verbaal van het onderzoek in raadkamer van 22 december 2005, waaruit blijkt dat de officier van justitie is gehoord;
? de tussenbeschikking d.d. 25 november 2005.
2. De beoordeling.
Uit het na de vorige behandeling overgelegde proces-verbaal blijkt dat het horloge waarvan de omtrekking aan het verkeer wordt gevorderd, geen Origineel Rolex horloge is.
Echter dit enkele feit levert geen grond op voor onttrekking aan het verkeer, nu niet gesteld kan worden dat voldaan is aan de eisen van art. 36c jo. 33a wetboek van strafrecht, terwijl zich evenmin het geval voordoet geregeld in art 36d wetboek van strafrecht. Immers het enkele bezit van een horloge als het onderhavige kan niet worden aangemerkt als ongecontroleerd bezit. Dat betekent dat in beginsel teruggave hoort te volgen aan degene die als rechthebbende kan worden aangemerkt.
Gelet op het bepaalde in art. 13 bis van de Eenvormige Beneluxwet op de merken, waarin is geregeld dat de merkhouder roerende zaken waarmee inbreuk wordt gemaakt op diens merk, als zijn eigendom kan opvorderen, en gelet op het verzoek van de merkhouder in voornoemd proces-verbaal, Rolex S.A., om het horloge niet terug te geven aan verzoeker, maar dit te vernietigen, kan in dit geval worden geoordeeld dat Rolex S.A. de haar toekomende rechten als genoemd, wenst uit te oefenen en dat Rolex S.A. mitsdien als rechthebbende kan worden beschouwd.
Nu de merkhouder geen bewaar heeft tegen onttrekking aan het verkeer, kan de vordering van de Officier van Justitie worden toegewezen.
3. De beslissing.
De rechtbank wijst de vordering van de officier van justitie toe.
Deze beslissing is op 19 januari 2006 gegeven door mr. Kooijman, rechter, in tegenwoordigheid van, Hoppenbrouwers griffier en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 januari 2006 door mr. Kooijman voornoemd.