Belastingrecht
Inkomstenbelasting, auto van de zaak, eigen bijdrage, negatief loon. Eiser was in 2010 in dienstbetrekking…
Rechtbank Den Haag, 28 april 2015
ECLI:NL:RBDHA:2015:5201 · Rechtbank Den Haag · 28 april 2015
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/belastingrecht/bodemzaak/ecli-nl-rbdha-2015-5201
Zaakgegevens
Op 28 april 2015 heeft de Rechtbank Den Haag in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 28 april 2015
- Datum publicatie
- 6 mei 2015
- Zaaknummer
- AWB - 14 _ 11339
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Belastingrecht
- Procedure
- BodemzaakBodemzaakDe gewone procedure waarin de rechter definitief over het geschil beslist, in tegenstelling tot een kort geding of voorlopige voorziening.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2015:5201
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Inkomstenbelasting, auto van de zaak, eigen bijdrage, negatief loon.
Eiser was in 2010 in dienstbetrekking werkzaam. Omdat de leaseregeling van de werkgever geen standaardcategorie/-leasenorm bevatte voor de functie die eiser vervulde, heeft de werkgever voor eiser een auto aangeschaft en deze vervolgens aan hem ter beschikking gesteld. Eiser heeft bijgedragen aan de aanschafkosten van de auto. Voor de auto is door verweerder aan eiser een ‘verklaring geen privégebruik’ afgegeven. In zijn aangifte IB/PVV 2010 heeft eiser de bijdrage in de aanschafkosten als negatief loon in aanmerking genomen. Onder verwijzing naar vaste jurisprudentie van de Hoge Raad oordeelt de rechtbank dat verweerder deze aftrek terecht niet heeft toegelaten. De rechtbank overweegt daartoe dat de bijdrage niet haar grond vindt in de dienstbetrekking en niet is gebleken dat sprake is geweest van bijzondere omstandigheden die dat anders maken. Voorts is niet gebleken dat eiser zich aan het aanvaarden van de ter beschikking gestelde auto niet heeft kunnen onttrekken. Nu eiser de auto uitsluitend zakelijk heeft gebruikt, is bij hem geen voordeel wegens privégebruik in aanmerking genomen waardoor de bijdrage daarop evenmin in mindering kan worden gebracht.
Procesgang
Rechtbank Den Haag · 28 april 2015deze uitspraak
ECLI:NL:RBDHA:2015:5201
Gerechtshof Den Haag · 6 april 2016
ECLI:NL:GHDHA:2016:947Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Hoge Raad · 10 februari 2017
ECLI:NL:HR:2017:201
Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
Team belastingrecht
zaaknummer: SGR 14/11339
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van
28 april 2015 in de zaak tussen
[eiser] wonende te [plaats], eiser
en
[P], verweerder.
De bestreden uitspraak op bezwaar
De uitspraak van verweerder van 3 november 2014 op het bezwaar van eiser tegen de voor het jaar 2010 opgelegde aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 128.692 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 366.
Zitting
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 april 2015.
Eiser heeft zich laten vertegenwoordigen door [vertegenwoordigers]
. Verweerder is vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger].
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Overwegingen
1. In 2010 was eiser in dienstbetrekking werkzaam bij een vennootschap die
onderdeel uitmaakte van het [werkgever] (de werkgever). Omdat de leaseregeling van de werkgever geen standaardcategorie/-leasenorm bevatte voor de functie die eiser vervulde, heeft de werkgever voor eiser een auto aangeschaft en deze vervolgens aan hem ter beschikking gesteld. Eiser heeft bijgedragen aan de aanschafkosten van de auto. In verband hiermee is zijn bruto startbonus verhoogd met € 5.000 en heeft hij een bijdrage aan de aanschafkosten van de auto ter grootte van € 8.645,26 aan de werkgever betaald. Voor de auto is door verweerder aan eiser een ‘verklaring geen privégebruik’ afgegeven.
2. In zijn aangifte IB/PVV 2010 heeft eiser een bedrag van € 8.646 als negatief loon
in aanmerking genomen, onder vermelding van [naam]’.
3. Met dagtekening 7 november 2013 is de definitieve aanslag IB/PVV 2010
opgelegd. Het door eiser in aanmerking genomen bedrag aan negatief loon is daarbij niet in aftrek toegestaan.
4. In geschil is of verweerder het door eiser opgevoerde bedrag aan negatief loon
terecht niet in aftrek heeft toegelaten.
5. Uit vaste jurisprudentie van de Hoge Raad (vgl. Hoge Raad 26 maart 1997,
ECLI:NL:HR:1997:AA2132 en Hoge Raad 15 oktober 1997, ECLI:NL:HR:1997:AA3298) volgt dat bijdragen die een werknemer aan zijn werkgever betaalt als bijdrage in de kosten van een ter beschikking gestelde auto, behoudens bijzondere omstandigheden, niet hun grond vinden in de dienstbetrekking zodat geen sprake is van negatief loon. Dit is slechts anders wanneer de werknemer zich jegens de werkgever niet kon onttrekken aan het aanvaarden van de ter beschikking gestelde auto. Voorts volgt uit deze jurisprudentie dat met een eigen bijdrage uitsluitend rekening kan worden gehouden indien sprake is van een voordeel wegens privégebruik waarop deze eigen bijdrage in mindering kan worden gebracht.
6. De rechtbank is, anders dan eiser, van oordeel dat eisers feitelijke situatie
voldoende vergelijkbaar is met die in de onder 5. aangehaalde arresten zodat zij deze jurisprudentie ook in het onderhavige geval van toepassing acht. Onder verwijzing naar deze jurisprudentie, concludeert de rechtbank dat de bijdrage die eiser aan de werkgever heeft betaald niet als negatief loon kan worden aangemerkt nu deze niet haar grond vindt in de dienstbetrekking. Dat sprake is geweest van bijzondere omstandigheden op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat dit in het onderhavige geval anders is, is naar het oordeel van de rechtbank niet gebleken. De door eiser genoemde omstandigheden dat het voor hem, gelet op zijn functie, het aantal te rijden kilometers en de in de auto door te brengen tijd, belangrijk was een goede zakelijke auto te rijden zijn niet als dergelijke bijzondere omstandigheden aan te merken. Evenmin is gebleken dat eiser zich aan het aanvaarden van de ter beschikking gestelde auto niet heeft kunnen onttrekken.
7. Nu eiser de auto uitsluitend zakelijk heeft gebruikt, is bij hem geen voordeel
wegens privégebruik in aanmerking genomen zodat de eigen bijdrage daarop evenmin in mindering kan worden gebracht.
8. Gelet op wat hiervoor is overwogen, is het beroep ongegrond verklaard.
9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.E. Schotte, rechter, in aanwezigheid van
mr. M.G.J. Konings, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 28 april 2015.
griffier rechter
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na verzending hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag (belastingkamer), Postbus 20021,
2500 EA Den Haag.
Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:
1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.
2. het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. een dagtekening;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;
d. de gronden van het hoger beroep.