Belastingrecht
In geschil is of de aftrek specifieke zorgkosten terecht is gecorrigeerd. Ter zitting heeft verweerder een…
Rechtbank Den Haag, 7 november 2022
ECLI:NL:RBDHA:2022:12070 · Rechtbank Den Haag · 7 november 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/belastingrecht/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbdha-2022-12070
Zaakgegevens
Op 7 november 2022 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 7 november 2022
- Datum publicatie
- 15 november 2022
- Zaaknummer
- SGR 22/2001
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Belastingrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2022:12070
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
In geschil is of de aftrek specifieke zorgkosten terecht is gecorrigeerd. Ter zitting heeft verweerder een nader standpunt ingenomen en is het beroep gegrond verklaard.
Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
Team belastingrecht
zaaknummer: SGR 22/2001
uitspraak van de meer kamer van 7 november 2022 in de zaak tussen
[eiseres], wonende te [woonplaats], eiseres,
en
de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.
Procesverloop
Verweerder heeft aan eiseres voor het jaar 2019 een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) opgelegd. Bij de aanslag is belastingrente in rekening gebracht.
Verweerder heeft de aanslag voor het jaar 2019 bij uitspraak op bezwaar van 28 februari 2022 gehandhaafd.
Eiseres heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Eiseres heeft vóór de zitting nadere stukken ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 september 2022. Eiser is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door [A] en
mr. [B].
Overwegingen
Feiten
1. In de aangifte voor het jaar 2019 is voor een bedrag van € 1.370 aan aftrek specifieke zorgkosten opgenomen. De voorlopige aanslag is overeenkomstig de aangifte vastgesteld. In de definitieve aanslag is de aftrek specifieke zorgkosten geheel geweigerd, hetgeen bij uitspraak op bezwaar is gehandhaafd.
Geschil
2. In geschil is of de aftrek specifieke zorgkosten terecht is gecorrigeerd in de aanslag IB/PVV voor het jaar 2019.
3. Tussen partijen is in geschil of de navolgende uitgaven voor specifieke zorgkosten voor aftrek in aanmerking komen:
-
de uitgaven voor extra gezinshulp van € 1.050;
-
de uitgaven voor de middelen Thiamine, Davitamon en magnesiumcitraat van in totaal € 275;
-
de aftrek voor extra kleding en beddengoed van € 300.
Niet in geschil is de aftrek voor de uitgaven voor genees- en heelkundige zorg van € 44 en
de aftrek voor uitgaven voor vervoer wegens ziekte of invaliditeit van € 100.
Beoordeling van het geschil
4. Ter zitting heeft verweerder een nader standpunt ingenomen inhoudende dat zowel de uitgaven voor specifieke zorgkosten die eiseres in de aangifte IB/PVV heeft opgenomen als de uitgaven voor extra kleding en beddengoed van € 300, voor aftrek in aanmerking komen.
5. De conclusie van het nadere standpunt van verweerder is dat de aftrek specifieke zorgkosten in de aanslag 2019 dient te worden gesteld op het hierna te noemen bedrag:
|
Medicijnen |
€ 275 |
|
|
Vervoer |
€ 100 |
|
|
Kleding en beddengoed |
€ 300 |
|
|
Extra gezinshulp |
€ 1.050 |
|
|
Subtotaal |
€ 1.725 |
|
|
Verhoging 40% |
€ 690 |
|
|
Geneeskundige hulp |
€ 44 |
|
|
Drempel -/- |
€ 578 |
(1,65% van € 35.053) |
|
Subtotaal |
€ 156 |
|
|
Totaal |
€ 1.881 |
6. Het belastbaar inkomen uit werk en woning voor 2019 bedraagt derhalve € 33.172 (€ 35.053 -/- € 1.881).
7. Gelet op het overwogene dient het beroep gegrond te worden verklaard.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank:
-
verklaart het beroep gegrond;
-
vernietigt de uitspraak op bezwaar;
-
vermindert de aanslag IB/PVV 2019 tot een berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 33.172 en vermindert de beschikking belastingrente dienovereenkomstig;
-
bepaalt dat deze uitspraak in de plaats komt van de vernietigde uitspraak; en
-
draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 50 aan eiseres te vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.A. Dirks, voorzitter, E.E. Schotte en
mr. S.E. Bandsma, leden, in aanwezigheid van mr. B. van Eeuwijk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 7 november 2022.
griffier rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na verzending hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag (team belastingrecht), Postbus 20302, 2500 EH Den Haag.