Bestuursrecht overig
Rechtbank Den Haag · Verzet · Bestuursrecht overig
Rechtbank Den Haag, 9 januari 2024
ECLI:NL:RBDHA:2024:1597 · Rechtbank Den Haag · 9 januari 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/verzet/ecli-nl-rbdha-2024-1597
Zaakgegevens
Op 9 januari 2024 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 9 januari 2024
- Datum publicatie
- 13 februari 2024
- Zaaknummer
- NL23.15863-V
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- VerzetVerzetEen rechtsmiddel waarmee iemand vraagt een beslissing opnieuw te bekijken die zonder zijn inbreng is genomen, zoals een verstekvonnis.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2024:1597
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verzet; ongegrond;
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.15863 V
uitspraak van de enkelvoudige kamer op het verzet van
[opposant] , opposant
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. M. Grigorjan).
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over het beroep dat opposante heeft ingediend tegen het niet tijdig nemen van een besluit van een besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Bij uitspraak van 11 september 2023 heeft de rechtbank dat beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Opposant heeft tegen deze uitspraak verzet ingesteld.
Opposant heeft niet verzocht om op een zitting te worden gehoord.
Overwegingen
1. De rechtbank heeft in de beroepszaak uitspraak gedaan zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) biedt die mogelijkheid als het eindoordeel buiten redelijke twijfel staat. De rechtbank heeft het beroep kennelijk niet-ontvankelijk geacht. De reden hiervoor is dat de rechtbank tot de conclusie is gekomen dat opposant met zijn beroep namelijk wilde bereiken dat verweerder zou beslissen op zijn aanvraag. Omdat verweerder dit inmiddels heeft gedaan, heeft opposant geen belang meer bij een oordeel van de rechtbank over zijn beroep.
2. In deze verzetzaak beoordeelt de rechtbank uitsluitend of in de buiten-zittinguitspraak terecht is geoordeeld dat buiten redelijke twijfel is dat het beroep niet-ontvankelijk is. Aan de inhoud van de beroepsgronden komt de rechtbank in deze zaak pas toe als het verzet gegrond is.
3. Opposant voert tegen de uitspraak van de rechtbank aan dat het verzet zich richt op de
proceskosten. Opposant is het niet eens dat de rechtbank bij de veroordeling in de proceskosten - anders dan in andere zaken - een wegingsfactor van 0,25 heeft gehanteerd.
Opposant vindt een wegingsfactor van 0,25 veel te licht en geeft aan dat het de gemaakte kosten van de werkzaamheden totaal niet dekt. Vervolgens geeft opposant aan dat het onduidelijk is, hoe de rechtbank tot de beslissing komt dat er afgeweken dient te worden van de gebruikelijke proceskosten. Opposant geeft aan dat normaliter in dergelijke zaken een wegingsfactor van 0,5 toegepast en dat de rechtbank dit in dit geval ook had moeten doen.
4. Voor de uitleg van de gehanteerde wegingsfactor verwijst de rechtbank naar zijn uitspraak van 4 september 2023. De rechtbank heeft in de lijn van deze uitspraak bij de veroordeling in de proceskosten een wegingsfactor van 0,25 gehanteerd. Omdat dit beroep niet anders is dan andere beroepen niet tijdig, heeft de rechtbank het beroep zonder zitting kunnen afdoen.
5. Het verzet is ongegrond. Dat betekent dat de uitspraak van 21 september 2023 in stand blijft.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Eversteijn, rechter, in aanwezigheid van S. Ayyildiz, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.