Bestuursrecht overig
Verzoek om een voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk. Geen connexiteit na uitspraak op het beroep SGR…
Rechtbank Den Haag, 24 november 2023
ECLI:NL:RBDHA:2023:22101 · Rechtbank Den Haag · 24 november 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rbdha-2023-22101
Zaakgegevens
Op 24 november 2023 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 24 november 2023
- Datum publicatie
- 9 april 2024
- Zaaknummer
- AWB - 23 _ 4958
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2023:22101
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verzoek om een voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk. Geen connexiteit na uitspraak op het beroep SGR 23/4457.
Uitspraak
Rechtbank DEN Haag
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 23/4958
uitspraak van de voorzieningenrechter van 24 november 2023 op het verzoek om voorlopige voorziening van
[verzoekster] , te [woonplaats] ([staat], Verenigde Staten), verzoekster
(gemachtigde [gemachtigde] ),
tegen
de Nationale ombudsman (No), verweerder
(gemachtigde: mr. L. Scheppink).
Inleiding
Bij besluit van 2 mei 2023 (het primaire besluit, voor zover het verzoekster betreft: 1735209 en 1735688) heeft verweerder - onder verwijzing naar zijn besluit van
14 april 2023 - acht Woo-verzoeken die na 14 april 2023 zijn ingediend, waaronder de twee verzoeken van verzoekster, buiten behandeling gesteld.
Bij besluit van 15 juni 2023 (het bestreden besluit, voor zover het verzoekster betreft: 1735209 en 1735688) heeft verweerder meerdere bezwaren - waaronder het bezwaar van verzoekster inzake twee verzoeken - tegen het primaire besluit, kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.
Het primaire besluit (voor zover dat ziet op twee verzoeken van verzoekster) en het bestreden besluit van (voor zover dit ziet op haar bezwaar inzake de twee verzoeken) zijn ingetrokken, op 22 juni 2023 is beslist op het verzoek van 21 april 2023 en op
4 september 2023 is beslist op het verzoek van 17 april 2023 alsmede op het bezwaar van verzoekster.
Verzoekster heeft haar beroep (SGR 23/4457) en haar verzoek om een voorlopige voorziening (SGR 23/4958) gehandhaafd.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. De voorzieningenrechter ziet aanleiding om op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zonder zitting uitspraak te doen.
Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard, nu heden uitspraak is gedaan in het beroep (SGR 23/4457) en er daarom niet langer sprake is van de vereiste connexiteit als bedoeld in artikel 8:81 van de Awb.
Gelet op de betreffende overwegingen in de uitspraak in het beroep, bestaat voor een proceskostenveroordeling in de onderhavige procedure evenmin aanleiding.
De voorzieningenrechter ziet wel aanleiding te bepalen dat verweerder het door verzoekster betaalde griffierecht moet vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter
- verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk;
- bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 184,- aan verzoekster moet vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M. Meijers, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van A.J. van Rossum, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
24 november 2023.
griffier voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: