Bestuursrecht overig
Boetebesluit KSA. Nu geen sprake is van een spoedeisend belang en er ook geen sprake is van een evident…
Rechtbank Den Haag, 1 maart 2023
ECLI:NL:RBDHA:2023:22342 · Rechtbank Den Haag · 1 maart 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rbdha-2023-22342
Zaakgegevens
Op 1 maart 2023 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 1 maart 2023
- Datum publicatie
- 18 april 2025
- Zaaknummer
- 23/582
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2023:22342
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Boetebesluit KSA. Nu geen sprake is van een spoedeisend belang en er ook geen sprake is van een evident onrechtmatig besluit, bestaat er geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening. Het verzoek wordt daarom afgewezen.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 23/582
uitspraak van de voorzieningenrechter van 1 maart 2023 in de zaak tussen
[verzoekster] Limited, uit [plaats] (Malta), verzoekster
(gemachtigden: mrs. P.M. Waszink, R. van Neck, M.M.B. Cox),
en
De Raad van Bestuur van de Kansspelautoriteit, verweerder
(gemachtigden: mrs. R.G.J. Wildemors, T.F. Prins, E. Bouman, E. Özdemir).
Procesverloop
Bij besluit van 20 december 2022 (het boetebesluit) heeft verweerder aan verzoekster een bestuurlijke boete van € 9.874.000,- opgelegd wegens overtreding van de Wet op de kansspelen (Wok).
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit. Ook heeft zij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Verweerder heeft naar aanleiding van een verzoek van de griffier meegedeeld dat het besluit wordt opgeschort tot en met 2 maart 2023.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 9 februari 2023 op zitting behandeld, gezamenlijk met het verzoek met zaaknummer SGR 23/583, inzake het besluit van verweerder tot openbaarmaking van het boetebesluit. Na de zitting zijn de zaken gesplitst. In beide zaken wordt afzonderlijk uitspraak gedaan.
Verzoekster is op zitting vertegenwoordigd door A.J.E. Wierda, general counsel, bijgestaan door de gemachtigden van verzoekster. Verweerder heeft zich op zitting laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
Waar gaat deze zaak over?
1. Aan verzoekster is een boete opgelegd van € 9.874.000,- omdat verzoekster gelegenheid heeft gegeven tot deelname aan kansspelen zonder dat zij de daarvoor benodigde vergunning heeft. Conform de boetebeleidsregels 2021 bestaat de boete uit een basisboete van € 600.000,- plus een verhoging vanwege boeteverhogende omstandigheden. Verzoekster is het niet eens met dit besluit en heeft in haar verzoek om een voorlopige voorziening primair gevraagd om het boetebesluit te schorsen, en subsidiair om de opgelegde betalingsverplichting te schorsen.
Wat is het oordeel van de voorzieningenrechter?
2. Een procedure bij de voorzieningenrechter is een spoedprocedure. Deze procedure kan alleen worden gevoerd als er een spoedeisend belang is, waardoor iemand niet kan wachten op een beslissing op zijn bezwaar- of beroepschrift. Voordat de zaak inhoudelijk kan worden behandeld, moet eerst worden beoordeeld of er sprake is van een spoedeisend belang bij het treffen van de gevraagde voorlopige voorziening.
3. Verzoekster heeft ter onderbouwing van het spoedeisend belang financiële stukken ingediend. Zij stelt dat het boetebesluit aanzienlijke financiële gevolgen zal hebben. Verzoekster is niet in staat om, op korte termijn, de enorm hoge boete te betalen. Zij heeft onvoldoende liquide middelen om, naast het voldoen aan haar normale financiële verplichtingen, ook nog een boete van meer dan 9 miljoen te betalen. Als zij hiertoe toch wordt verplicht zal dit volgens verzoekster leiden tot acute financiële problemen. Verzoekster zal gedwongen zijn om een gedeelte van haar personeel te ontslaan. Een boete zal zonder meer op het bedrijfsresultaat drukken. Daarbij komt dat verzoekster vergunningen heeft in 7 landen, waaronder Zweden. Deze landen hanteren strenge voorwaarden aan de financiële stabiliteit van kansspelaanbieders. Als de financiële stabiliteit wordt aangetast heeft dit mogelijk gevolgen voor de vergunningen van verzoekster. Verzoekster behaalt 40% van haar omzet in Zweden. Zij is dan ook sterk afhankelijk van haar vermogen en bevoegdheid om mede te dingen op de Zweedse markt.
Heeft verzoekster een spoedeisend belang bij deze procedure?
4. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft verzoekster geen spoedeisend belang bij het treffen van de gevraagde voorlopige voorziening. De door verzoekster aangedragen belangen zijn financieel van aard. Het is vaste rechtspraak dat een financieel belang in de regel geen aanleiding geeft tot het treffen van een voorlopige voorziening. Allereerst vindt de voorzieningenrechter van belang, dat er door verzoekster met verweerder een betalingsregeling kan worden getroffen. De gemachtigde van verweerder heeft hierover op zitting toegelicht, dat het totale boetebedrag vooralsnog binnen een periode van één jaar (in gedeeltes) betaald zou mogen worden. Op dit moment staat, uitgaande van een betalingsregeling, de uiterste betaaldatum daarmee dus op 20 december 2023.
Verder blijkt uit de door verzoekster ingediende stukken niet, dat betaling van de boete zal leiden tot een acute financiële noodsituatie, of dat de continuïteit van de onderneming van verzoekster hierdoor zal worden bedreigd. De door verzoekster ingebrachte financiële stukken zijn namelijk niet opgesteld door een onafhankelijke derde en een financiële audit ontbreekt.
Is het besluit evident onrechtmatig?
5. De door verzoekster gevraagde voorlopige voorziening kan ondanks het ontbreken van een spoedeisend belang, toch worden getroffen, als het besluit van verweerder evident onrechtmatig is. Daarmee wordt bedoeld dat zonder diepgaand onderzoek naar de relevante feiten en/of het recht ernstig moet worden betwijfeld, of het door verweerder ingenomen standpunt juist is en of het besluit in de bezwaarprocedure in stand zal blijven. De voorzieningenrechter geeft hierover een voorlopig oordeel. In een eventuele bodemprocedure hoeft de rechtbank dit oordeel niet te volgen.
6. De voorzieningenrechter is van oordeel dat van evidente onrechtmatigheid geen sprake is. Uit de Wok blijkt namelijk dat het verboden is om zonder vergunning gelegenheid te geven aan consumenten om deel te nemen aan kansspelen. Uit het boeterapport volgt dat verweerder op de website van verzoekster een account met Nederlandse adresgegevens kon aanmaken, daarop kon inloggen, een storting kon doen en vanuit een Nederlands IP-adres kon deelnemen aan de kansspelen. Ook droeg de website op de homepage het woordmerk van de Kansspelautoriteit ‘Vergunninghouder Kansspelautoriteit’ en het logo van Loket Kansspel. Er kan dan ook niet worden gezegd dat verweerder zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat de Wok is overtreden. Verder ziet de voorzieningenrechter in de bezwaren tegen de hoogte van de opgelegde boete geen reden om een voorlopige voorziening te treffen. De discussie hierover kan door partijen in de bezwaarfase worden gevoerd.
Conclusie
7. Nu geen sprake is van een spoedeisend belang en er ook geen sprake is van een evident onrechtmatig besluit, bestaat er geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening. Het verzoek wordt daarom afgewezen.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. van Nooijen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr.M.H.T. van Bruggen, griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 1 maart 2023.
|
griffier |
voorzieningenrechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: