Bestuursrecht overig
Griffierecht niet betaald. Vovo niet-ontvankelijk.
Rechtbank Den Haag, 3 april 2023
ECLI:NL:RBDHA:2023:6877 · Rechtbank Den Haag · 3 april 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/bestuursrecht-overig/voorlopige-voorziening/ecli-nl-rbdha-2023-6877
Zaakgegevens
Op 3 april 2023 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 3 april 2023
- Datum publicatie
- 12 mei 2023
- Zaaknummer
- 23_8211
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Bestuursrecht overig
- Procedure
- Voorlopige voorzieningVoorlopige voorzieningEen tijdelijke maatregel van de voorzieningenrechter, bijvoorbeeld het schorsen van een besluit, zolang bezwaar of beroep loopt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2023:6877
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Griffierecht niet betaald. Vovo niet-ontvankelijk.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 22/8211
uitspraak van de voorzieningenrechter van 3 april 2023 in de zaak tussen
[verzoekster], gevestigd te [vestigingsplaats], verzoekster
(gemachtigde: O. de Rooij),
en
de minister van Financiën, verweerder
Procesverloop
Verzoekster heeft de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1. De voorzieningenrechter kan uitspraak doen zonder zitting indien het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is. De voorzieningenrechter ziet aanleiding om van deze bevoegdheid gebruik te maken.
2. Op 28 december 2022 is door de rechtbank een nota voor de betaling van het griffierecht verstuurd aan verzoekster. Uit de verzendadministratie blijkt dat de nota op
30 december 2022 is bezorgd op het adres van de gemachtigde van verzoekster. De voorzieningenrechter constateert dat het door verzoekster verschuldigde griffierecht niet is voldaan, en dat de termijn om dit te doen inmiddels is verstreken. Verzoekster heeft geen reden aangedragen waarom zij heeft nagelaten het griffierecht te betalen. Het uitblijven van de betaling vormt op zichzelf al een reden om het verzoek niet-ontvankelijk te verklaren.
3. Daarnaast is op 22 december 2022 een ontvangstbevestiging van het verzoek
naar verzoekster gestuurd, waarbij is aangegeven dat het verzoekschrift niet aan de daaraan gestelde voorwaarden voldoet. Van de gelegenheid om dit verzuim te herstellen heeft verzoeker geen gebruik gemaakt, zodat het verzoek ook hierom niet-ontvankelijk is.
Conclusie
4. Het verzoek is niet-ontvankelijk.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening
niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D. Biever, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. B.D.A. Mantingh, griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op
3 april 2023.
|
griffier |
voorzieningenrechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: