Bestuursrecht overig

Intrekking van ten behoeve van verzoeker verleende toestemming om voor een beveiligingsorganisatie…

Rechtbank Den Haag, 2 augustus 2024

Zaakgegevens

Op 2 augustus 2024 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening uitspraak gedaan in een zaak over bestuursrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
2 augustus 2024
Datum publicatie
13 augustus 2024
Zaaknummer
AWB - 24 _ 6132
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2024:12746
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Intrekking van ten behoeve van verzoeker verleende toestemming om voor een beveiligingsorganisatie werkzaamheden te mogen verrichten. De rechtbank heeft uitspraak gedaan op het beroep. Het verzoek om een voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk (geen connexiteit).

Uitspraak

Rechtbank DEN Haag

Bestuursrecht

zaaknummer: SGR 24/6132

uitspraak van de voorzieningenrechter van 2 augustus 2024 op het verzoek om voorlopige voorziening van

[verzoeker], te [woonplaats], verzoeker

(gemachtigde mr. S. Karami),

tegen

de korpschef van Politie, verweerder

(gemachtigde: V. Vermeulen LLM BBA).

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker.

1.1.

Met het besluit van 16 augustus 2023, bekend gemaakt op 15 augustus 2023, heeft verweerder de ten behoeve van verzoeker verleende toestemming om voor de beveiligingsorganisatie Event Security Force B.V. werkzaamheden te mogen verrichten ingetrokken.

1.2.

Met het besluit van 12 december 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoeker tegen het besluit van 16 augustus 2023 ongegrond verklaard.

Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit (SGR 24/834).

1.3.

Verzoeker heeft de voorzieningenrechter op 16 juli 2024 verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. De voorzieningenrechter ziet aanleiding om met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak te doen.

3. Bij uitspraak van 16 juli 2024 heeft de rechtbank het beroep van verzoeker (kennelijk) niet-ontvankelijk verklaard, omdat het griffierecht niet is betaald.

4. Nu er in verzoekers geval geen bodemprocedure is aan te wijzen, is de voorzieningenrechter, gezien het in artikel 8:81, eerste lid, van de Awb neergelegde connexiteitsvereiste, van oordeel dat het verzoek om een voorlopige voorziening kennelijk niet-ontvankelijk is.

5. Voor een proceskostenveroordeling of vergoeding van het griffierecht bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Kleijn, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van A.J. van Rossum, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 2 augustus 2024.

griffier voorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open

Artikel 7, vijfde lid, van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus