Omgevingsrecht

Betreft mondelinge uitspraak. Eisers beroep is niet-ontvankelijk.

Rechtbank Den Haag, 6 augustus 2025

Zaakgegevens

Op 6 augustus 2025 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over omgevingsrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
6 augustus 2025
Datum publicatie
19 augustus 2025
Zaaknummer
25/2602
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2025:15363
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Betreft mondelinge uitspraak. Eisers beroep is niet-ontvankelijk.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht

zaaknummer: SGR 25/2602


proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van

6 augustus 2025 in de zaak tussen


[eiser] , uit [woonplaats] , eiser

en

het college van burgemeester en wethouders van Delft

(gemachtigde: mr. L. van der Windt).

Als derde-partij neemt aan de zaak deel: [derde-partij] uit Duitsland (vergunninghouder)

(gemachtigde: mr. G.J.M. de Jager)

Inleiding

1. In het besluit van 7 juli 2023 heeft het college aan vergunninghouder, eigenaar van het pand [adres 1] in [plaats] (de woning), een omgevingsvergunning verleend voor het verbouwen van de beneden- en bovenwoning van de woning tot drie appartementen. Eisers bezwaar tegen dit besluit is in de beslissing op bezwaar van 18 december 2023 niet-ontvankelijk verklaard.

1.1.

Eiser heeft tegen de beslissing op bezwaar van 18 december 2023 beroep ingesteld. De rechtbank heeft in de uitspraak van 12 maart 2024 eisers beroep kennelijk ongegrond verklaard. De rechtbank heeft daarbij geoordeeld dat het college eisers bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard, aangezien eiser op een afstand van ruim 150 meter woont tot de woning, hij vanuit zijn woning geen zicht heeft op de woning en niet is gebleken van gevolgen van enige betekenis voor de woon- of leefsituatie van eiser.

1.2.

In het besluit van 5 april 2024 heeft het college vergunninghouder een omgevingsvergunning verleend voor het legaliseren van een reeds geplaatste dakkapel op de woning aan [adres 2] . In de beslissing op bezwaar van 16 oktober 2024 is het bezwaar tegen dat besluit ongegrond verklaard, waarbij is opgemerkt dat het besluit ook geldt ten aanzien van de woning aan [adres 3] . In het besluit van 27 februari 2025 (het bestreden besluit) heeft het college de verleende omgevingsvergunning gewijzigd.

1.3.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

1.4.

De rechtbank heeft het beroep van eiser op 6 augustus 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en gemachtigde van het college, bijgestaan door [naam] .

1.5.

Na afloop van zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de rechtbank

2. Beoordeeld dient te worden of eisers beroep ontvankelijk is. Daarbij is van belang of eiser als belanghebbende dient te worden aangemerkt.

2.1.

Eiser komt op tegen het reparatiebesluit van 27 februari 2025, maar zijn bezwaar tegen de beslissing over de aangepaste dakkapel van 5 april 2024 is niet-ontvankelijk verklaard door het college bij beslissing op bezwaar van 2 juli 2024. Niet gebleken is dat eiser daartegen beroep heeft ingesteld. Dat betekent dat eiser slechts beroep kan instellen tegen het besluit van 27 februari 2025 als daarin elementen zijn gewijzigd ten opzichte van het voorgaande besluit van 16 oktober 2024 die in zijn nadeel zijn. Daarvan is niet gebleken. Daarbij speelt een belangrijke rol dat eiser niet alleen door het college maar ook door de rechtbank als niet belanghebbend bij de omgevingsplanactiviteiten op [adres 1] wordt aangemerkt.

2.2.

Eisers betoog slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

3. Het beroep is niet-ontvankelijk. De rechtbank beoordeelt dus de zaak niet inhoudelijk. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

3.1.

Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 6 augustus 2025 door

mr. D.A.J. Overdijk, rechter, in aanwezigheid van mr. I. Geerink-van Loon, griffier.

griffier

rechter

Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zaak SGR 24/984, ECLI:NL:RBDHA:2024:3626