Socialezekerheidsrecht
Vovo. Kennelijk onggegrond. Afwijzing aanvraag verlenging maatwerkvoorziening hulp bij het huishouden. Het…
Rechtbank Den Haag, 14 augustus 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:23177 · Rechtbank Den Haag · 14 augustus 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2026-23177
Zaakgegevens
Op 14 augustus 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 14 augustus 2026
- Datum publicatie
- 18 augustus 2026
- Zaaknummer
- SGR 26/5678
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2026:23177
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Vovo. Kennelijk onggegrond. Afwijzing aanvraag verlenging maatwerkvoorziening hulp bij het huishouden. Het college heeft de hulp bij het huishouden verlengd totdat er een beslising op bezwaar is genomen. Geen spoedeisend belang.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 26/5678
uitspraak van de voorzieningenrechter van 14 augustus 2026 in de zaak tussen
[verzoekster], uit [woonplaats], verzoekster
en
het college van burgemeester en wethouders van Pijnacker-Nootdorp¸ het college
(gemachtigde: [gemachtigde]).
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekster tegen de afwijzing van haar aanvraag om verlenging van de maatwerkvoorziening hulp bij het huishouden op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo 215). Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
Omdat het verzoek kennelijk ongegrond is doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk ongegrond is.
Het college heeft de aanvraag van verzoekster om verlenging van de maatwerkvoorziening in de vorm van hulp bij het huishouden met het besluit van 9 juli 2026 afgewezen. Verzoekster heeft hiertegen bezwaar gemaakt.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb alleen een voorlopige voorziening als "onverwijlde spoed" dat vereist. De conclusie is dat er in dit geval geen spoedeisend belang is. Hiertoe overweegt de voorzieningenrechter als volgt.
Het college heeft bij brief van 17 juli 2026 bekendgemaakt dat het bezwaarschrift van verzoekster aanleiding geeft om aanvullend medisch onderzoek te laten verrichten. Verzoekster heeft namelijk nieuwe omstandigheden aangevoerd die niet zijn betrokken bij het eerdere medisch onderzoek. De uitkomst van het aanvullende medisch onderzoek zal het college betrekken bij de heroverweging van het besluit van 9 juli 2026. Het college heeft de bestaande indicatie voor hulp bij het huishouden daarom verlengd totdat er een beslissing op het bezwaarschrift wordt genomen.
Gelet hierop is niet gebleken dat verzoekster niet kan wachten op een beslissing op het bezwaarschrift. Er is daarom geen sprake van een spoedeisend belang om een voorlopige voorziening te treffen.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D.A.J. Overdijk, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. F. Leichel, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 14 augustus 2026.
|
griffier |
voorzieningenrechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: