Vreemdelingenrecht
Mondelinge uitspraak. MOB. Geen contact met eiser.
Rechtbank Den Haag, 7 januari 2021
ECLI:NL:RBDHA:2021:1152 · Rechtbank Den Haag · 7 januari 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/mondelinge-uitspraak/ecli-nl-rbdha-2021-1152
Zaakgegevens
Op 7 januari 2021 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Datum uitspraak
- 7 januari 2021
- Datum publicatie
- 16 februari 2021
- Zaaknummer
- NL20.20669
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Mondelinge uitspraakMondelinge uitspraakDe rechter doet direct aan het eind van de zitting uitspraak; die wordt vastgelegd in een proces-verbaal.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2021:1152
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Mondelinge uitspraak. MOB. Geen contact met eiser.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL20.20669
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak
tussen
[naam], eiser
V-nummer: [#]
(gemachtigde: mr. F. Bouyaghjdane),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. N.H.T. Jansen).
Procesverloop
Bij besluit van 1 december 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag
van eiser niet in behandeling genomen.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaak NL20.20670,
plaatsgevonden op 7 januari 2021 te Breda. Eiser en zijn gemachtigde zijn met bericht
vooraf niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn
gemachtigde.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk
uitspraak gedaan.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Overwegingen
1. Verweerder heeft op 5 januari 2021 meegedeeld dat eiser op 28 december 2020
met onbekende bestemming is vertrokken. Eisers gemachtigde heeft op 5 januari 2021
meegedeeld dat zij na het opstellen van de beroepsgronden (9 december 2020) geen contact
meer heeft gehad met eiser.
2. Uit deze feiten leidt de rechtbank af dat eiser geen prijs meer stelt op
asielrechtelijke bescherming in Nederland. Eiser heeft dan ook geen belang meer bij de
beoordeling van zijn beroep. Zie voor dit oordeel ook de rechtspraak van de Afdeling
bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het beroep is niet-ontvankelijk.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 7 januari 2021 door mr. B.F.Th. de Roos,
rechter, in aanwezigheid van mr. N.M.L. van der Kammen, griffier.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.