Vreemdelingenrecht

vovo bij NL21.2788, afwijzing vovo

Rechtbank Den Haag, 22 april 2021

Zaakgegevens

Op 22 april 2021 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Utrecht
Datum uitspraak
22 april 2021
Datum publicatie
28 februari 2022
Zaaknummer
NL21.2789
Procedure
Mondelinge uitspraak
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2021:15855
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

vovo bij NL21.2788, afwijzing vovo

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL21.2789

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] , verzoeker

V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. A.P.E.M. Pover),

en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. N. Mikolajczyk).

Procesverloop

Bij besluit van 24 februari 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.

Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Het onderzoek ter zitting heeft, tezamen met de behandeling van de zaak NL21.2788, plaatsgevonden op 22 april 2021. Verzoeker en zijn gemachtigde zijn, met kennisgeving, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk ter zitting uitspraak gedaan.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Overwegingen

1. De voorzieningenrechter geeft hiervoor de volgende motivering.

2. Nu is gebleken dat verzoeker op 3 maart 2021 met onbekende bestemming is vertrokken uit de opvang en hij geen contact met zijn gemachtigde heeft onderhouden, is in de bodemzaak vastgesteld dat hij geen rechtens te beschermen belang bij een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep heeft en is dit niet-ontvankelijk verklaard.

3. Omdat de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk heeft verklaard, wijst de voorzieningenrechter het verzoek om die reden af.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 22 april 2021 door mr. P.J.M. Mol, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. R.P. Stehouwer, griffier.

Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:

04 mei 2021

[afbeelding niet beschikbaar]

Documentcode: [documentcode]

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.