Vreemdelingenrecht
Proces-verbaal mondelinge uitspraak - voorlopige voorziening - uitstel van vertrek art. 64 Vw - nieuwe…
Rechtbank Den Haag, 24 januari 2025
ECLI:NL:RBDHA:2025:1410 · Rechtbank Den Haag · 24 januari 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/mondelinge-uitspraak/ecli-nl-rbdha-2025-1410
Zaakgegevens
Op 24 januari 2025 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 24 januari 2025
- Datum publicatie
- 5 februari 2025
- Zaaknummer
- NL24.30825
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Mondelinge uitspraakMondelinge uitspraakDe rechter doet direct aan het eind van de zitting uitspraak; die wordt vastgelegd in een proces-verbaal.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2025:1410
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Proces-verbaal mondelinge uitspraak - voorlopige voorziening - uitstel van vertrek art. 64 Vw - nieuwe medicatie - aanvullend BMA-advies nodig - beroep aangehouden en verzoek toegewezen.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.30825
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van
9 januari 2025 in de zaak tussen
[verzoeker] , V-nummer: [v-nummer] , verzoeker
(gemachtigde: mr. A. Jankie),
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. A. Houben).
Inleiding
Met het besluit van 2 februari 2024 heeft verweerder de ambtshalve beoordeling om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) afgewezen. Met het bestreden besluit van 9 juli 2024 op het bezwaar van verzoeker is verweerder bij de afwijzing van de ambtshalve beoordeling gebleven.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen om zijn bezwaar in Nederland af te mogen wachten.
Het verzoek is samen met het beroep (NL24.30822) op 9 januari 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker, V. Emechete als tolk en de gemachtigde van verweerder.
De voorzieningenrechter heeft na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting meteen uitspraak gedaan.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe en treft de voorlopige voorziening dat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit zijn geschorst tot een week nadat is beslist op het beroep en dat verzoeker in die periode zijn recht op opvang en voorzieningen behoudt. Verzoeker krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.
Overwegingen
1. De voorzieningenrechter legt hieronder uit waarom hij tot deze beslissing is gekomen.
2. De gemachtigde van verzoeker heeft op 8 januari 2025 een aanvullende brief van de psychiater van verzoeker overgelegd. Hieruit blijkt dat verzoeker sinds februari 2024 met nieuwe medicatie is gestart om zijn posttraumatische stressstoornis te behandelen. Het advies van het Bureau Medische Advisering (BMA) van 29 september 2023 is opgesteld op basis van de oude medicatie die verzoeker voor februari 2024 nam.
3. Ter zitting heeft verweerder aangegeven zich niet te verzetten tegen toewijzing van het verzoek om een voorlopige voorziening, omdat dit hem de gelegenheid geeft om het BMA een advies te vragen over de nieuwe medicatie en hierover een inhoudelijk standpunt in te nemen.
4. De voorzieningenrechter vindt het treffen van een voorlopige voorziening in deze omstandigheden gerechtvaardigd, schorst daarom de rechtsgevolgen van het bestreden besluit tot een week nadat is beslist op het beroep en bepaalt dat verzoeker in die periode zijn recht op opvang en voorzieningen behoudt.
5. Hoewel het verzoek wordt toegewezen, krijgt verzoeker geen vergoeding voor de proceskosten die hij heeft gemaakt. De aanvullende brief van de psychiater van verzoeker heeft als dagtekening 9 juli 2024 en is pas op 8 januari 2025 aan het dossier toegevoegd. Door de brief zodanig laat naar voren te brengen, heeft de gemachtigde van verzoeker in strijd met de goede procesorde gehandeld.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 9 januari 2024 door mr. M.D. Gunster, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A. Drageljevic, griffier.
|
griffier |
voorzieningenrechter |
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op: