Vreemdelingenrecht
Rechtbank Den Haag · Proceskostenveroordeling · Vreemdelingenrecht
Rechtbank Den Haag, 21 november 2023
ECLI:NL:RBDHA:2023:17880 · Rechtbank Den Haag · 21 november 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/proceskostenveroordeling/ecli-nl-rbdha-2023-17880
Zaakgegevens
Op 21 november 2023 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Groningen
- Datum uitspraak
- 21 november 2023
- Datum publicatie
- 21 november 2023
- Zaaknummer
- NL23.9758
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- ProceskostenveroordelingProceskostenveroordelingDe partij die de zaak verliest, moet (een deel van) de proceskosten van de andere partij betalen.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2023:17880
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Proceskostenveroordeling
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummers: NL23.9758, NL23.9762
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], V-nummer: [nummer],
[naam 2], V-nummer: [nummer 2]
tezamen verzoeksters
(gemachtigde: mr. C.E. van Diepen),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Verzoeksters hebben op 30 maart 2023 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op hun aanvragen voor een verblijfsvergunning op grond van artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) dan wel voortzetting van verblijf op grond van artikel 3.50 Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb 2000) van 29 november 2022 respectievelijk 1 november 2022.
Bij besluit van 18 april 2023 heeft verweerder de aanvragen van verzoeksters ingewilligd.
Verzoeksters hebben vervolgens de beroepen ingetrokken en verzocht om een vergoeding van proceskosten.
De rechtbank heeft verweerder in de gelegenheid gesteld te reageren op dat verzoek. Verweerder heeft hierop gereageerd. Volgens verweerder is er sprake van samenhangende zaken. Verweerder is daarom bereid de proceskosten tot een totaalbedrag van € 418,50 te vergoeden voor het indienen van de beroepen niet tijdig voor de samenhangende zaken.
De rechtbank doet met toepassing van artikel 8:54, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
Overwegingen
1. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
2. Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dat is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
3. Gelet op de gedingstukken en het hiervoor weergegeven procesverloop is verweerder tegemoet gekomen aan het beroep van verzoeksters.
4. De rechtbank stelt vast dat verweerder in de berichten van 25 september 2023 heeft toegezegd de proceskostenvergoeding aan verzoeksters te zullen betalen. Voorts volgt de rechtbank verweerder dat er sprake is van samenhangende zaken, aangezien verzoeksters familieleden zijn en gelet op de aard van de aanvragen en de inhoud van de beroepen, de werkzaamheden door de rechtsbijstandsverlener nagenoeg identiek zijn geweest. De rechtbank zal daarom verweerder veroordelen in de proceskosten tot een bedrag van € 418,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift ter waarde van € 837,- en wegingsfactor 0,5).
Beslissing
De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeksters tot een bedrag van € 418,50.
Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M. van Waterschoot, rechter, in aanwezigheid van mr. J.A. Hessels, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.