Vreemdelingenrecht
beroep niet tijdig beslissen, ingetrokken verzoek om proceskosten, afgewezen
Rechtbank Den Haag, 19 april 2023
ECLI:NL:RBDHA:2023:5538 · Rechtbank Den Haag · 19 april 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/proceskostenveroordeling/ecli-nl-rbdha-2023-5538
Zaakgegevens
Op 19 april 2023 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Groningen
- Datum uitspraak
- 19 april 2023
- Datum publicatie
- 19 april 2023
- Zaaknummer
- NL22.23702
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- ProceskostenveroordelingProceskostenveroordelingDe partij die de zaak verliest, moet (een deel van) de proceskosten van de andere partij betalen.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2023:5538
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
beroep niet tijdig beslissen, ingetrokken verzoek om proceskosten, afgewezen
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL22.23702
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], verzoekster,
geboren op [geboortedatum]
mede namens haar minderjarige kind:
[minderjarige]
geboren op [geboortedatum]
van Somalische nationaliteit,
v-nummers: [nummer] en
(gemachtigde: mr. H. Meijerink),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: D. Meier).
Procesverloop
Verzoekster heeft op 21 november 2022 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag om een verblijfsvergunning van 21 augustus 2021.
Bij besluit van 6 maart 2023 heeft verweerder de aanvraag van verzoekster ingewilligd.
Naar aanleiding hiervan heeft verzoekster het beroep ingetrokken met daarbij het verzoek verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank heeft verweerder in de gelegenheid gesteld te reageren op dat verzoek.
Verweerder heeft de rechtbank meegedeeld dat medegedeeld zich te verzetten tegen toewijzing van het verzoek om proceskostenvergoeding.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.
Overwegingen
1. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
2. Verweerder stelt zich op het standpunt dat er geen grond is voor een proceskostenveroordeling. Daartoe stelt verweerder dat de ingebrekestelling van
28 juni 2022 en het beroep niet tijdig beslissen prematuur zijn ingediend. Het beroep niet tijdig beslissen voldoet niet aan de voorwaarden zoals bedoeld in artikel 6:12, tweede lid, van de Awb. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk.
3. Verzoekster heeft haar aanvraag ingediend op 21 augustus 2021. De wettelijke beslistermijn van zes maanden zou in het geval van verzoekster op 21 februari 2022 eindigen. Echter op grond van artikel 42, vierde lid van de Vreemdelingenwet heeft verweerder in verband met feitelijke of juridische complexiteit de beslistermijn met negen maanden verlengd. Verweerder heeft daarvoor verwezen naar een brief aan de tweede kamer over Griekse statushouders. De beslistermijn is daarmee verlengd tot
21 november 2022. Dat betekent dat de ingebrekestelling van 28 juni 2022 prematuur is ingediend. De rechtbank ziet geen grond om daar nu anders over te oordelen. Het beroep zou niet-ontvankelijk zijn verklaard, als verzoekster het beroep niet had ingetrokken.
4. Nu geen sprake is van een ontvankelijk beroep, is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake van geheel of gedeeltelijk tegemoetgekomen aan verzoekster in de zin van artikel 8:75a van de Awb. Het verzoek om verweerder te veroordelen in de proceskosten zal dan ook worden afgewezen.
5. Het verzoek wordt als kennelijk ongegrond afgewezen.
Beslissing
De rechtbank wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.H. de Groot, rechter, in aanwezigheid van A.J. Kinds, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.