Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag · Proceskostenveroordeling · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 1 september 2025

Zaakgegevens

Op 1 september 2025 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Groningen
Datum uitspraak
1 september 2025
Datum publicatie
1 september 2025
Zaaknummer
NL25.24181
Procedure
Proceskostenveroordeling
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2025:16221
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

beroep niet tijdig, pkv

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.24181


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen


[naam], verzoekster,

V-nummer: [nummer],

(gemachtigde: mr. T.M. van der Wal),

mede namens haar minderjarige kind,


[naam],

V-nummer: [nummer],

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Inleiding

1. Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoekster om de minister te veroordelen in de vergoeding van de proceskosten.

1.1.

De rechtbank doet uitspraak zonder zitting.

Beoordeling door de rechtbank

2. Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf. Vervolgens heeft de minister alsnog een besluit genomen. Verzoekster heeft daarop het beroep ingetrokken en daarbij gevraagd om de minister te veroordelen in de vergoeding van de proceskosten.

3. Dat onderhavig beroep niet tijdig beslissen is ingediend terwijl de rechterlijke dwangsom uit de voorgaande procedure (NL24.47972) nog niet volledig was volgelopen maakt niet dat verzoekster geen procesbelang heeft.

4. De rechtbank stelt vast dat de minister pas na het indienen van het beroep tegen het niet tijdig beslissen alsnog een besluit heeft genomen. Daarmee is de minister aan verzoekster tegemoetgekomen. De minister dient daarom de proceskosten van verzoekster te betalen.

Conclusie en gevolgen

5. Het verzoek wordt toegewezen. De minister moet de door verzoekster gemaakte proceskosten vergoeden. Deze kosten stelt de rechtbank vast op € 453,50.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van

€ 453,50.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Sibma, rechter, in aanwezigheid van mr. B.A. Smit, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

Deze uitspraak is bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Artikel 8:75 en 8:75a van de Awb, nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door de gemachtigde verleende rechtsbijstand, waarbij 1 punt is gerekend voor het indienen van het beroepsschrift met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor van 0,5.