Vreemdelingenrecht
Rechtbank Den Haag · Proceskostenveroordeling · Vreemdelingenrecht
Rechtbank Den Haag, 25 september 2025
ECLI:NL:RBDHA:2025:17599 · Rechtbank Den Haag · 25 september 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/proceskostenveroordeling/ecli-nl-rbdha-2025-17599
Zaakgegevens
Op 25 september 2025 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Groningen
- Datum uitspraak
- 25 september 2025
- Datum publicatie
- 25 september 2025
- Zaaknummer
- AWB 24/12968
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- ProceskostenveroordelingProceskostenveroordelingDe partij die de zaak verliest, moet (een deel van) de proceskosten van de andere partij betalen.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2025:17599
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
afwijzing pkv verzoek
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 24/12968
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[verzoeker] verzoeker,
V-nummer: [nummer],
(gemachtigde: mr. M.F. Wijngaarden),
en
het bestuur van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers, het COA.
Inleiding
1. Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoeker om het COA te veroordelen in de vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en heeft gevraagd of partijen het daarmee eens zijn. Partijen hebben daarna niet om een zitting gevraagd. De rechtbank heeft het beroep daarom niet op zitting behandeld en sluit hierbij het onderzoek.
Beoordeling door de rechtbank
Onder welke voorwaarden kan een verzoek tot vergoeding van de proceskosten worden ingediend?
2. Verzoeker heeft zijn beroep tegen het overplaatsingsbesluit ingetrokken omdat het COA met het intrekken van het besluit van 15 augustus 2024, tegemoet zou zijn gekomen aan zijn beroep. Verzoeker heeft daarbij gevraagd om het COA te veroordelen in de vergoeding van de proceskosten.
3. Er bestaat een recht op vergoeding van de proceskosten als het COA geheel of gedeeltelijk aan verzoeker is tegemoetgekomen.
Is er sprake van geheel of gedeeltelijk tegemoetkomen?
4. Verzoeker heeft met het beroep en de daarbij behorende voorlopige voorziening het doel gehad om zijn leeftijd te laten wijzigen en in de minderjarigenopvang te kunnen blijven.
Het intrekken van het overplaatsingsbesluit door het COA is voor eiser aanleiding geweest zijn beroep in te trekken en daarbij te verzoeken om het COA te veroordelen in de proceskosten, nu aan hem tegemoet is gekomen. Echter, hoewel verzoeker op dit moment met het indienen van het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening materieel het doel heeft bereikt dat hij beoogde, is het niet het COA geweest dat tegemoet is gekomen aan verzoeker. Het beroep is ingetrokken nadat het bestreden besluit was ingetrokken wegens gewijzigde feiten en omstandigheden. De minister heeft immers de leeftijd van verzoeker gewijzigd. Doordat de minister de leeftijd van verzoeker heeft gewijzigd, heeft het COA het overplaatsingsbesluit ingetrokken. Dat maakt dat het bestreden besluit niet is ingetrokken op basis van de gronden in beroep. Omdat verzoeker het doel niet heeft bereikt als gevolg van een handeling of besluit van het COA, kan niet worden gesproken van geheel of gedeeltelijk tegemoetkomen aan verzoeker in de zin van artikel 8:75a van de Awb. Het verzoek om een proceskostenveroordeling zal dan ook worden afgewezen.
Conclusie en gevolgen
5. Het verzoek om het COA te veroordelen in de proceskosten wordt afgewezen.
Beslissing
De rechtbank wijst het verzoek af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van O.T. Smit, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
griffier rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.