Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag · Vereenvoudigde behandeling · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 31 mei 2023

Zaakgegevens

Op 31 mei 2023 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Groningen
Datum uitspraak
31 mei 2023
Datum publicatie
31 mei 2023
Zaaknummer
23/842
Procedure
Vereenvoudigde behandeling
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2023:7757
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

8:54, mvv, n-o

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 23/842


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 31 mei 2023 in de zaak tussen


[naam] , eiseres

geboren op [geboortedatum] ,

V-nummer: [nummer]

mede namens haar minderjarig kind:

[naam] ,

geboren op [geboortedatum] ,

V-nummer: [nummer]

allen van Marokkaanse nationaliteit,

en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de IND

(gemachtigde: C. Chand).

Inleiding

  1. Eiseres heeft op 4 oktober 2022 een aanvraag ingediend om een machtiging tot voorlopige verblijf (mvv) voor verblijf als familie- of gezinslid bij [naam] (referent).

  2. Eiseres heeft bij brief van 12 januari 2023 pro forma bezwaar gemaakt bij de rechtbank wegens het niet afgeven van de machtiging. Deze brief is aangemerkt als een beroep niet tijdig beslissen op de mvv aanvraag. Vervolgens heeft eiseres bij brief van 28 januari 2023 de IND in gebreke gesteld wegens het niet tijdig beslissen op haar aanvraag.

  3. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eiseres heeft ingesteld omdat de IND volgens haar niet op tijd heeft beslist op de aanvraag van 4 oktober 2022.

3.1.

Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

4. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na die twee weken nog steeds geen besluit is, dan kan de betrokkene beroep instellen.

Is het beroep ontvankelijk en gegrond?

5. Eiseres is te vroeg in beroep gegaan. De termijn van twee weken die in de ingebrekestelling van 28 januari 2023 staat, was namelijk nog niet voorbij toen eiseres het beroep indiende.

5.1.

Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet kan beoordelen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. C.H. de Groot, rechter, in aanwezigheid van
P.W. Karsowidjojo, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

griffier

rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Dit staat (onder andere) in artikel 6:12 van de Awb.