Vreemdelingenrecht

Bnt asiel, niet-ontvankelijk

Rechtbank Den Haag, 5 september 2024

Zaakgegevens

Op 5 september 2024 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Groningen
Datum uitspraak
5 september 2024
Datum publicatie
5 september 2024
Zaaknummer
NL24.22558
Procedure
Vereenvoudigde behandeling
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2024:14188
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Bnt asiel, niet-ontvankelijk

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL24.22558


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam] , V-nummer: [nummer] , eiser,

(gemachtigde: mr. J. Sinnema),

en

de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de minister.

Procesverloop
Eiser heeft op 29 augustus 2022 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend.

Bij brief van 26 april 2023 heeft de minister aan eiser laten weten dat zijn aanvraag is

opgenomen in de nationale procedure.

Bij brief van 15 april 2024 heeft eiser de minister in gebreke gesteld wegens het niet tijdig

beslissen op zijn asielaanvraag. Eiser heeft vervolgens op 29 mei 2024 beroep ingesteld

tegen het niet tijdig nemen van een besluit.

De minister heeft geen verweerschrift ingediend.


Overwegingen

1.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht

(Awb) uitspraak zonder zitting.

2.
In artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb is bepaald dat, voor de toepassing

van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep, het niet tijdig nemen van een besluit

met een besluit wordt gelijkgesteld.

3.
In artikel 6:12, tweede lid, van de Awb, voor zover hier van belang, is bepaald dat

een beroepschrift gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan worden ingediend

zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn

verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.

4.
Op grond van artikel 42, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) moet de

minister binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag beslissen.

5. Op grond van artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vw kan de termijn,

als bedoeld in het eerste lid, met ten hoogste negen maanden worden verlengd, indien een

groot aantal vreemdelingen tegelijk een aanvraag indient waardoor het in de praktijk zeer

moeilijk is de procedure binnen de termijn van zes maanden af te ronden.

6.
Op grond van artikel 42, zesde lid van de Vw vangt, indien in het kader van de

aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in

artikel 28 van de Vw wordt onderzocht of de aanvraag op grond van artikel 30 van de Vw

niet in behandeling dient te worden genomen, de termijn, bedoeld in het eerste lid, aan op

het tijdstip waarop overeenkomstig de Dublinverordening wordt vastgesteld dat Nederland

verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.

7.
De aanvraag van eiser is op 26 april 2023 opgenomen in de nationale

procedure nadat is vastgesteld dat Nederland verantwoordelijk is geworden voor de

behandeling van de aanvraag. De wettelijke beslistermijn van 15 maanden, welke blijkens

het beroepschrift door eiser niet wordt bestreden, vangt derhalve aan op 26 april 2023. Dat betekent dat de ingebrekestelling van 15 april 2024 prematuur is ingediend. Het beroep

voldoet daarom niet aan de vereisten voor het indienen van een beroep tegen het niet tijdig

beslissen, als bedoeld in artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.

8.
Het beroep is, gelet op het voorgaande, kennelijk niet-ontvankelijk.

9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.


Beslissing


De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van

F.Q. Peters, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie

op rechtspraak.nl.

Deze uitspraak is bekendgemaakt op:


Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.