Vreemdelingenrecht

asiel, plakvovo, vovo afgewezen.

Rechtbank Den Haag, 17 april 2024

Zaakgegevens

Op 17 april 2024 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Groningen
Datum uitspraak
17 april 2024
Datum publicatie
17 april 2024
Zaaknummer
NL24.3039 en NL24.3041
Procedure
Vereenvoudigde behandeling
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2024:5536
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

asiel, plakvovo, vovo afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummers: NL24.3039 en NL24.3041


uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen

[naam 1] , verzoeker,

geboren op [geboortedatum 1] ,

V-nummer: [nummer 1]

[naam 2] , verzoekster,

geboren op [geboortedatum 2] ,

V-nummer: [nummer 2]

mede namens de minderjarige kinderen:

[naam 3] ,

geboren op [geboortedatum 3] ,

V-nummer: [nummer 3]

[naam 4] ,

geboren op [geboortedatum 4]

V-nummer: [nummer 4]

[naam 5] ,

geboren op [geboortedatum 5] ,

V-nummer: [nummer 5]

allen van Syrische nationaliteit,

tezamen: verzoekers,

(gemachtigde: mr. A.J. de Boer),

en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. B.W. Zagers).


Procesverloop

Bij afzonderlijke besluiten van 26 januari 2024 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de aanvragen van verzoekers tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.


Verzoekers hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter heeft de verzoeken, tezamen met de beroepen NL24.3038 en NL24.3040, op 10 april 2024 op zitting behandeld. Verzoekers en hun gemachtigde zijn met voorafgaande kennisgeving niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummers NL24.3038 en NL24.3040, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op de beroepen. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om die reden af.

2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing


De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. D.M. Schuiling, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van R. de Boer, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.