Vreemdelingenrecht
beroep niet tijdig, asiel
Rechtbank Den Haag, 3 januari 2025
ECLI:NL:RBDHA:2025:43 · Rechtbank Den Haag · 3 januari 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/vereenvoudigde-behandeling/ecli-nl-rbdha-2025-43
Zaakgegevens
Op 3 januari 2025 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Groningen
- Datum uitspraak
- 3 januari 2025
- Datum publicatie
- 3 januari 2025
- Zaaknummer
- NL24.49778
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Vereenvoudigde behandelingVereenvoudigde behandelingDe bestuursrechter beslist zonder zitting, omdat de uitkomst duidelijk is. Wie het er niet mee eens is, kan in verzet gaan.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2025:43
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
beroep niet tijdig, asiel
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.49778
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser,
V-nummer: [nummer],
(gemachtigde: mr. J.M. Suurmeijer),
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister.
Inleiding
1. Bij besluit van 16 december 2019 heeft de minister de asielaanvraag van eiser van
10 oktober 2018 om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. Daarbij heeft de minister geweigerd eiser ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen en bepaald dat eiser Nederland binnen vier weken moest verlaten.
2. Bij uitspraak van 21 november 2022 (NL20.20546) heeft deze rechtbank en zittingsplaats het daartegen door eiser ingestelde beroep gegrond verklaard, nadat bij uitspraak van 16 november 2020 in hoger beroep een eerdere uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 23 oktober 2020 (NL19.31224) was vernietigd. De rechtbank heeft in de uitspraak van 21 november 2022 het bestreden besluit vernietigd, voor zover daarin een terugkeerbesluit is genomen, aan eiser geen verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd is verleend en de aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd is afgewezen. De minister is door de rechtbank opgedragen een nieuw besluit op de aanvraag van eiser te nemen.
3. Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld. Bij uitspraak van
22 augustus 2024 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) het hoger beroep gegrond verklaard en de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van
21 november 2022 vernietigd, voor zover de rechtbank het besluit van 16 december 2019 had vernietigd omdat daarin een terugkeerbesluit is genomen en aan eiser geen verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd is verleend. De Afdeling heeft de uitspraak voor het overige bevestigd.
4. Bij brief van 22 november 2024 heeft eiser de minister in gebreke gesteld wegens het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag. Op 12 december 2024 heeft eiser beroep ingesteld.
5. Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Beoordeling door de rechtbank
6. In artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb is bepaald dat, voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep, het niet tijdig nemen van een besluit met een besluit wordt gelijkgesteld.
7. In artikel 6:12, tweede lid, van de Awb, voor zover hier van belang, is bepaald, dat een beroepschrift gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan worden ingediend, zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken, nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.
8. Op grond van artikel 42, eerste lid, van de Vreemdelingenwet (Vw) moet de minister binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag beslissen. Deze termijn geldt eveneens voor de bij uitspraak van 22 augustus 2024 door de Afdeling aan de minister gegeven opdracht om opnieuw op de asielaanvraag van eiser te beslissen. De wettelijke beslistermijn van zes maanden zal in het geval van eiser verstrijken op 22 februari 2025. Dat betekent dat de ingebrekestelling van 22 november 2024 prematuur is ingediend. Het beroep voldoet daarom niet aan de vereisten voor het indienen van een beroep tegen het niet tijdig beslissen, als bedoeld in artikel 6:12, tweede lid van de Awb.
Conclusie en gevolgen
9. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.
10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van mr. B.A. Smit, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.