Vreemdelingenrecht

bnt regulier, niet-ontvankelijk

Rechtbank Den Haag, 1 mei 2025

Zaakgegevens

Op 1 mei 2025 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Groningen
Datum uitspraak
1 mei 2025
Datum publicatie
1 mei 2025
Zaaknummer
NL25.16390
Procedure
Vereenvoudigde behandeling
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2025:7455
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

bnt regulier, niet-ontvankelijk

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.16390


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen


[naam] ,

V-nummer: [nummer] ,


[naam] ,

V-nummer: [nummer] ,


[naam] ,

V-nummer: [nummer] ,


[naam] ,

V-nummer: [nummer] ,


[naam] ,

V-nummer: [nummer] ,


[naam] ,

V-nummer: [nummer] ,


[naam] ,

V-nummer: [nummer] ,


[naam] ,

V-nummer: [nummer] ,


[naam] ,

V-nummer: [nummer] ,


[naam] ,

V-nummer: [nummer] ,

gezamenlijk: eisers,

(gemachtigde: mr. W. Spijkstra),

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Inleiding

1. Deze uitspraak gaat over het beroep dat eisers hebben ingediend omdat de minister niet op tijd zou hebben beslist op de aanvraag tot het verlenen van een machtiging voor voorlopig verblijf.

1.1.

De rechtbank doet uitspraak zonder zitting.

Beoordeling door de rechtbank

2. De minister moet uiterlijk binnen 90 dagen na het ontvangen van de aanvraag beslissen. De minister heeft deze termijn met drie maanden verlengd. Deze termijn is op
19 juni 2024 verstreken. Eisers hebben de minister, na het verstrijken van deze termijn, gevraagd om alsnog binnen twee weken te beslissen.

3. Bij besluit van 7 maart 2025 heeft de minister de aanvraag van eisers ingewilligd.

4. Eisers hebben vervolgens op 7 april 2025 onderhavig beroep tegen het niet tijdig beslissen ingediend. De minister was op het moment van het indienen van het beroep echter niet in gebreke om een besluit te nemen. Het beroep voldoet niet aan de voorwaarden voor een ontvankelijk beroep.

Conclusie en gevolgen

5. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk. De minister hoeft de proceskosten niet aan eiser te vergoeden.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van
F.Q. Peters, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

Deze uitspraak is bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Artikel 2u, eerste lid van de Vreemdelingenwet (Vw). Artikel 6:12, tweede lid van de Awb.