Vreemdelingenrecht
vovo afgewezen na uitspraak op beroep
Rechtbank Den Haag, 19 mei 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:12622 · Rechtbank Den Haag · 19 mei 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/vereenvoudigde-behandeling/ecli-nl-rbdha-2026-12622
Zaakgegevens
Op 19 mei 2026 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Groningen
- Datum uitspraak
- 19 mei 2026
- Datum publicatie
- 19 mei 2026
- Zaaknummer
- NL25.29879
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Vereenvoudigde behandelingVereenvoudigde behandelingDe bestuursrechter beslist zonder zitting, omdat de uitkomst duidelijk is. Wie het er niet mee eens is, kan in verzet gaan.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2026:12622
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
vovo afgewezen na uitspraak op beroep
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.29879
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam] , verzoeker,
geboren op [datum] ,
van Somalische nationaliteit,
V-nummer: [nummer] ,
(gemachtigde: mr. I.M. Zuidhoek),
en
de minister van Asiel en Migratie,
(gemachtigde: mr. D. Post).
Procesverloop
1. Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor ingediend om toepassing van artikel 64 van de Vw. De minister heeft deze aanvraag met het besluit van 16 februari 2024 buiten behandeling gesteld. Met het bestreden besluit van 4 juli 2025 op het bezwaar van verzoeker heeft de minister het bezwaar ongegrond verklaard en beslist dat eiser geen uitstel van vertrek wordt verleend als bedoeld in artikel 64 van de Vw. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, gelijktijdig met het beroep, op 11 mei 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker, een tolk en de gemachtigde van de minister.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. Bij uitspraak van vandaag heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het samenhangende beroep van verzoeker. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M. van Waterschoot, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van A.P. Kuiters, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.