Vreemdelingenrecht
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Rechtbank Den Haag, 25 augustus 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:24055 · Rechtbank Den Haag · 25 augustus 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/vereenvoudigde-behandeling/ecli-nl-rbdha-2026-24055
Zaakgegevens
Op 25 augustus 2026 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Groningen
- Datum uitspraak
- 25 augustus 2026
- Datum publicatie
- 25 augustus 2026
- Zaaknummer
- NL26.25413
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Vereenvoudigde behandelingVereenvoudigde behandelingDe bestuursrechter beslist zonder zitting, omdat de uitkomst duidelijk is. Wie het er niet mee eens is, kan in verzet gaan.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2026:24055
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Dublin, plakvovo, vovo afgewezen.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.25413
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam] , verzoeker,
geboren op [geboortedatum] ,
van Turkse nationaliteit,
V-nummer: [nummer] ,
(gemachtigde: mr. Y. Izgi),
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister,
(gemachtigde: mr. J.H.A. van Eijk).
Inleiding
1. De minister heeft aan verzoeker op 4 mei 2026 een overdrachtsbesluit opgelegd voor Kroatië.
Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, gelijktijdig met het beroep, op
21 augustus 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de zus en zwager van verzoeker, de gemachtigde van verzoeker, een tolk en de gemachtigde van de minister.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. Bij uitspraak van vandaag heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.W. Wassink, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van R. de Boer, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.