Vreemdelingenrecht

plakvovo, afgewezen, wel pkv want beroep gegrond

Rechtbank Den Haag, 23 oktober 2026

Zaakgegevens

Op 23 oktober 2026 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Groningen
Datum uitspraak
23 oktober 2026
Datum publicatie
23 oktober 2026
Zaaknummer
NL26.30837
Procedure
Vereenvoudigde behandeling
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:31257
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

plakvovo, afgewezen, wel pkv want beroep gegrond

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.30837


uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam] ,

geboren op [datum 1] ,

alias [alias 1] ,

geboren op [datum 2] ,

alias [alias 2] , verzoeker

geboren op [datum 1] ,

van Syrische nationaliteit,

V-nummer: [nummer] ,

(gemachtigde: mr. M.S. Dunant Maurits),

en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. M.A. Lippinkhof).

Procesverloop

1. Verzoeker heeft een aanvraag ingediend tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft met het bestreden besluit van 2 juni 2026 deze aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond. Daarbij is aan verzoeker een terugkeerbesluit en een inreisverbod voor de duur van 2 jaar opgelegd. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.

1.1.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 30 september 2026, samen met het beroep, op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker, een tolk en de gemachtigde van de minister. De voorzieningenrechter heeft het onderzoek op de zitting gesloten.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL26.30836, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.

2.1.

De voorzieningenrechter ziet aanleiding om de minister te veroordelen in de proceskosten van verzoeker, omdat het beroep gegrond is verklaard. De minister moet deze kosten vergoeden. Deze vergoeding bedraagt € 934,- voor het indienen van een verzoekschrift. Het verschijnen op zitting is in de uitspraak op beroep al betrokken in de proceskostenvergoeding.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af;

- veroordeelt de minister tot betaling van een bedrag van € 934,00 aan proceskosten aan verzoeker.

Deze uitspraak is gedaan door mr. H. Hanssen - Telman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van A.P. Kuiters, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

NL26.30836.