Vreemdelingenrecht
Rechtbank Den Haag · Voorlopige voorziening+bodemzaak · Vreemdelingenrecht
Rechtbank Den Haag, 20 april 2018
ECLI:NL:RBDHA:2018:4855 · Rechtbank Den Haag · 20 april 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/voorlopige-voorziening-bodemzaak/ecli-nl-rbdha-2018-4855
Zaakgegevens
Op 20 april 2018 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening en de bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Datum uitspraak
- 20 april 2018
- Datum publicatie
- 24 april 2018
- Zaaknummer
- NL18.5857
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Voorlopige voorziening+bodemzaakVoorlopige voorziening en bodemzaak (kortsluiting)De voorzieningenrechter beslist niet alleen over een tijdelijke maatregel, maar meteen ook definitief over de zaak zelf.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2018:4855
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Dublin Italië vv
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
Zaaknummer: NL18.5857
uitspraak van de voorzieningenrechter van 20 april 2018 in de zaak tussen
[naam] , verzoeker,
gemachtigde: mr. K. Logtenberg,
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
gemachtigde: mr. J. Raaijmakers.
Procesverloop
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 21 maart 2018 (bestreden besluit) en gevraagd om het treffen van een voorlopige voorziening om te voorkomen dat hij wordt overgedragen alvorens op het beroep is beslist.
De behandeling van het beroep ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 april 2018. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Tevens was aanwezig A. Nuland, tolk. Ter zitting is het onderzoek gesloten.
Overwegingen
Nu bij uitspraak van vandaag (met nummer NL18.5856) op het beroep is beslist, wordt het verzoek afgewezen. Er bestaat in deze procedure geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.M. van Dijk-de Keuning, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. M.I.P. Buteijn, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 20 april 2018.
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.