Vreemdelingenrecht
Statushouder Duitsland - besluit ingetrokken - geen procesbelang - beroep niet-ontvankelijk
Rechtbank Den Haag, 3 augustus 2023
ECLI:NL:RBDHA:2023:13688 · Rechtbank Den Haag · 3 augustus 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/voorlopige-voorziening-bodemzaak/ecli-nl-rbdha-2023-13688
Zaakgegevens
Op 3 augustus 2023 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening en de bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 3 augustus 2023
- Datum publicatie
- 11 september 2023
- Zaaknummer
- NL23.20639 en NL23.20640
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Voorlopige voorziening+bodemzaakVoorlopige voorziening en bodemzaak (kortsluiting)De voorzieningenrechter beslist niet alleen over een tijdelijke maatregel, maar meteen ook definitief over de zaak zelf.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2023:13688
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Statushouder Duitsland - besluit ingetrokken - geen procesbelang - beroep niet-ontvankelijk
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummers: NL23.20639 en NL23.20640
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer / voorzieningenrechter in de zaak tussen
[eiser/verzoeker], eiser / verzoeker
V-nummer: [v-nummer]
(gemachtigde: mr. P.R. van de Water),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. S.J. Versteeg).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep, en het verzoek om een voorlopige voorziening, van eiser tegen de niet-ontvankelijkverklaring van zijn asielaanvraag van 25 juni 2023. Eiser stelt van Iraakse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedag] 1992. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 13 juli 2023 de aanvraag van eiser niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank heeft het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening op 3 augustus 2023 op zitting behandeld. Eiser en zijn gemachtigde zijn hierbij, zonder voorafgaande mededeling, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Beoordeling door de rechtbank
2. De asielaanvraag van eiser is niet-ontvankelijk verklaard omdat uit Eurodac blijkt dat eiser internationale bescherming heeft in Duitsland. Verweerder meent dat het aan eiser is om concrete aanknopingspunten aan te dragen om aan te nemen dat de internationale beschermingsstatus is ingetrokken of beëindigd. Eiser stelt zich in beroep op het standpunt dat zijn verblijfsstatus in Duitsland niet meer geldig is. Vlak voor zijn vertrek uit Duitsland werd tegen hem gezegd dat hij Duitsland moest verlaten en terug moest keren naar Irak. Eiser vindt dat verweerder ten onrechte van hem verwacht dat hij documenten overlegt waaruit blijkt dat hij in Duitsland niet langer een verblijfsvergunning heeft. Hij heeft dit volgens hem met zijn verklaringen voldoende aannemelijk gemaakt. Eiser vindt dat verweerder zich ervan moet vergewissen dat de gegevens in Eurodac up-to-date zijn en hiertoe contact op moet nemen met de Duitse autoriteiten.
3. Op 27 juli 2023 heeft verweerder het bestreden besluit ingetrokken en eiser en de rechtbank hiervan op de hoogte gesteld. Verweerder heeft in dit bericht aangegeven ervan uit te gaan dat eiser gelet hierop zijn beroep zal intrekken en heeft aangeboden de proceskosten te vergoeden tot een bedrag van € 1.674,-. Vanuit eiser is op dit bericht geen reactie ontvangen.
4. Nu het bestreden besluit is ingetrokken is de rechtbank van oordeel dat eiser niet langer procesbelang heeft bij het namens hem ingestelde beroep tegen dit besluit. De rechtbank zal het beroep daarom niet-ontvankelijk verklaren. Omdat het besluit is ingetrokken zal aan eiser wel een proceskostenvergoeding worden toegekend.
Conclusie en gevolgen
5. De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Omdat hiermee op het beroep is beslist, bestaat er geen grondslag meer voor het treffen van een voorlopige voorziening. Dit verzoek wordt daarom afgewezen.
6. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Bpb vast op € 1.674,-.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 3 augustus 2023 door mr. M. van Nooijen, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. M.C. Bakker, griffier.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak op het beroep, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen één week na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Tegen de beslissing op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen rechtsmiddel open.