Vreemdelingenrecht
afwijzing vovo. Inzake NL26.12310 heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Daarom is een vovo niet…
Rechtbank Den Haag, 23 september 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:27825 · Rechtbank Den Haag · 23 september 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/voorlopige-voorziening-bodemzaak/ecli-nl-rbdha-2026-27825
Zaakgegevens
Op 23 september 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening en de bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Groningen
- Datum uitspraak
- 23 september 2026
- Datum publicatie
- 23 september 2026
- Zaaknummer
- NL25.30745
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Voorlopige voorziening+bodemzaakVoorlopige voorziening en bodemzaak (kortsluiting)De voorzieningenrechter beslist niet alleen over een tijdelijke maatregel, maar meteen ook definitief over de zaak zelf.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2026:27825
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
afwijzing vovo. Inzake NL26.12310 heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Daarom is een vovo niet meer nodig.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.30745
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker],
[V-nummer],
(gemachtigde: mr. R.J. Schenkman),
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister.
Inleiding
Bij besluit van 30 januari 2026 (het bestreden besluit) heeft de minister het bezwaar ongegrond verklaard. Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft bepaald dat het onderzoek ter zitting verder achterwege blijft. Vervolgens is het onderzoek gesloten.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
1. Bij uitspraak van 21 mei 2026, zaaknummer NL26.12310, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. F. Sijens, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van M.S.G. van der Werf, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.