Vreemdelingenrecht
Rechtbank Den Haag · Voorlopige voorziening+bodemzaak · Vreemdelingenrecht
Rechtbank Den Haag, 8 oktober 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:29705 · Rechtbank Den Haag · 8 oktober 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/voorlopige-voorziening-bodemzaak/ecli-nl-rbdha-2026-29705
Zaakgegevens
Op 8 oktober 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in een voorlopige voorziening en de bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Groningen
- Datum uitspraak
- 8 oktober 2026
- Datum publicatie
- 8 oktober 2026
- Zaaknummer
- AWB 26/15124
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Voorlopige voorziening+bodemzaakVoorlopige voorziening en bodemzaak (kortsluiting)De voorzieningenrechter beslist niet alleen over een tijdelijke maatregel, maar meteen ook definitief over de zaak zelf.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2026:29705
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Plakvovo, AWB 26/15122
Uitspraak
VOORZIENINGENRECHTER DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 26/15124
uitspraak van de voorzieningenrechter van 8 oktober 2026 in de zaak tussen
[naam verzoekster],
[V-nummer verzoekster],
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister.
Inleiding
1. Bij besluit van 1 september 2026 (het bestreden besluit) heeft verweerder de opvolgende asielaanvraag van verzoekster niet-ontvankelijk verklaard.
Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Het beroep is geregistreerd onder zaaknummer AWB 26/15122.
De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
Overwegingen
Bij uitspraak van vandaag heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep van verzoekster en dat beroep niet-ontvankelijk verklaard. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.J. van der Veen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van M.S.G. van der Werf, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
griffier, rechter,
Deze uitspraak is openbaar gemaakt en bekend gemaakt op 8 oktober 2026.