Arbeidsrecht
ontbinding arbeidsovereenkomst, verstek
Rechtbank Den Haag, 1 november 2017
ECLI:NL:RBDHA:2017:16767 · Rechtbank Den Haag · 1 november 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/civiel-recht/arbeidsrecht/beschikking/ecli-nl-rbdha-2017-16767
Zaakgegevens
Op 1 november 2017 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een zaak over arbeidsrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 1 november 2017
- Datum publicatie
- 24 mei 2024
- Zaaknummer
- 6312095 \ RP VERZ 17-50509
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Arbeidsrecht
- Procedure
- BeschikkingBeschikkingEen beslissing van de rechter in een zaak die met een verzoekschrift is begonnen, zoals een echtscheiding of faillissement.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2017:16767
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
ontbinding arbeidsovereenkomst, verstek
Uitspraak
Rechtbank den haag
Team Kanton Den Haag
vR
Rep.nr.: 6312095 \ RP VERZ 17-50509
1 november 2017
Beschikking in de zaak van:
de besloten vennootschap Dalosy Projecten B.V.,
gevestigd te Ridderkerk,
verzoekende partij,
gemachtigde: mr. Ph. Ekering,
tegen
[verwerende partij] ,
wonende te [woonplaats] ,
verwerende partij,
niet verschenen in de procedure.
Procedure
De kantonrechter heeft kennis genomen van het op 13 september 2017 op de griffie ingediende verzoekschrift, met producties.
Na indiening van het verzoekschrift is de mondelinge behandeling van het verzoek bepaald.
Ter voorbereiding op de mondelinge behandeling heeft verzoekende partij een exploot van betekening en oproeping van 22 september 2017 overgelegd. In dat exploot is aan verwerende partij een afschrift van het verzoekschrift en de daarbij overgelegde producties betekend en is verder verwerende partij opgeroepen om op de mondelinge behandeling van 25 oktober 2017 aanwezig te zijn. Het exploot is aan verwerende partij in persoon betekend.
De mondelinge behandeling is gehouden op 25 oktober 2017. Verwerende partij is niet verschenen op de mondelinge behandeling. Door de griffier zijn aantekeningen gemaakt van wat ter zitting is besproken.
De uitspraak van de beschikking is bepaald op heden.
Beoordeling
-
Het verzoek strekt ertoe, zakelijk weergegeven, de arbeidsovereenkomst tussen partijen te ontbinden op grond van artikel 7:699 lid 3 sub e van het Burgerlijk Wetboek. Bij dat verzoek heeft verzoekende partij de verklaring van het UWV overgelegd, als bedoeld in artikel 7:671b lid 5 sub b van het Burgerlijk Wetboek.
-
Verwerende partij is, hoewel deugdelijk daartoe opgeroepen, niet op de mondelinge behandeling verschenen. Verwerende partij heeft evenmin op andere wijze tijdig gereageerd.
-
Verwerende partij heeft aldus de door verzoekende partij aan het verzoek ten grondslag gelegde stellingen onweersproken gelaten. Die stellingen staan in deze procedure daarmee vast.
-
De aldus vaststaande stellingen vormen voldoende grondslag voor het op na te melden wijze toewijzen van het verzoek.
-
De kantonrechter ziet in de omstandigheden van het geval geen aanleiding om een van de partijen in de kosten te veroordelen
Beslissing
ontbindt de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst met ingang van 2 november 2017 op grond van het bepaalde in artikel 7:669 lid 3 sub e van het Burgerlijk Wetboek.
Deze beschikking is gegeven door mr. C.W.D. Bom, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 november 2017, in tegenwoordigheid van de griffier.