Civiel recht overig
Rechtbank Den Haag · Verstek · Civiel recht overig
Rechtbank Den Haag, 26 mei 2021
ECLI:NL:RBDHA:2021:17323 · Rechtbank Den Haag · 26 mei 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/civiel-recht/civiel-recht-overig/verstek/ecli-nl-rbdha-2021-17323
Zaakgegevens
Op 26 mei 2021 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 26 mei 2021
- Datum publicatie
- 30 april 2024
- Zaaknummer
- 9215558 \ RL EXPL 21-8123
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- VerstekVerstekDe gedaagde of verdachte is niet verschenen; de rechter beslist zonder zijn verweer.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2021:17323
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verstek
Uitspraak
K.C. Tsang
Grosse afgegeven aan eisende partij op
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats ’s-Gravenhage
Rolnr.: 9215558 \ RL EXPL 21-8123
Extern kenmerk: 26244739
Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:
Netpoint Factoring B.V. te Kaatsheuvel,eisende partij,gemachtigde GGN Mastering Credit B.V.,
tegen
[gedaagde] te [woonplaats] ,
gedaagde partij.
Het procesverloop
Eisende partij heeft gevorderd zoals is vermeld in de dagvaarding van 28 april 2021 waarmee deze procedure is ingeleid. De inhoud van deze dagvaarding moet als hier herhaald en ingelast worden beschouwd.
Gedaagde partij is daarop niet verschenen en heeft ook anderszins niet gereageerd. De voorgeschreven termijnen en formaliteiten zijn in acht genomen. Tegen gedaagde partij is daarom verstek verleend.
Beoordeling van het geschil
De vordering komt de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor, zodat deze bij verstek wordt toegewezen als hierna te vermelden. Gedaagde partij is consument. Eisende partij vordert de overeengekomen rente van 1% per maand vanaf de verzuimdatum. Daarbij doet zij een beroep op de algemene voorwaarden. De kantonrechter dient op grond van de rechtspraak van het Hof van Justitie (o.a. 4 juni 2009, C 243/08) en de Hoge Raad (13 september 2013, ECLI:NL:HR:2013:691) ambtshalve te beoordelen of sprake is van een oneerlijk beding. Als uitgangspunt dient te worden gehanteerd dat een contractuele rente hoger dan de actuele wettelijke handelsrente in beginsel als oneerlijk wordt beschouwd. In het onderhavige geval is sprake van een rente die ruim boven de wettelijke handelsrente ligt. Het is aan eisende partij om bij dagvaarding toe te lichten waarom een dergelijke rente in het onderhavige geval niet onredelijk bezwarend zou zijn. Eisende partij heeft hierop echter in het geheel geen toelichting gegeven. Daarmee heeft eisende partij het vermoeden dat er sprake is van een onevenredige hoge schadevergoeding niet weerlegd. Dit leidt ertoe dat kantonrechter ambtshalve over zal gaan tot vernietiging van het beding in de algemene voorwaarden waar eisende partij zich met betrekking tot de contractuele rente op beroept. De primair gevorderde contractuele rente zal daarom ook worden afgewezen. Subsidiair vordert eisende partij de wettelijke rente. Deze vordering is als op de wet gegrond toewijsbaar.
Beslissing
De kantonrechter,
1. veroordeelt gedaagde partij om tegen bewijs van kwijting aan de eisende partij te betalen de som van € 430,92 vermeerderd met de wettelijke rente over € 423,20 vanaf de dag der dagvaarding tot de dag der voldoening;
2. veroordeelt gedaagde partij in de kosten van het geding, tot hiertoe aan de zijde van de eisende partij vastgesteld op € 290,44, waaronder € 75,00 als vergoeding voor de gemachtigde van de eisende partij;
3. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
4. wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. B.C. Vink, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 26 mei 2021.
de griffier, de kantonrechter,
Voor grosse
Afgegeven aan en ten verzoeke van
eisende partij.
De Griffier van de rechtbank Den Haag,
Zittingsplaats ’s-Gravenhage