Civiel recht overig
Verzoeker niet ontvankelijk in het wrakingsverzoek. Het wrakingsverzoek is te laat gedaan.
Rechtbank Den Haag, 22 mei 2017
ECLI:NL:RBDHA:2017:16352 · Rechtbank Den Haag · 22 mei 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/civiel-recht/civiel-recht-overig/wraking/ecli-nl-rbdha-2017-16352
Zaakgegevens
Op 22 mei 2017 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Gravenhage
- Datum uitspraak
- 22 mei 2017
- Datum publicatie
- 27 februari 2018
- Zaaknummer
- C/09/530731/KG RK 17-641
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- WrakingWrakingEen partij vraagt om een rechter van de zaak te halen, omdat zij twijfelt aan diens onpartijdigheid.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2017:16352
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verzoeker niet ontvankelijk in het wrakingsverzoek. Het wrakingsverzoek is te laat gedaan.
Uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]beslissing
WRAKINGSKAMER VAN DE RECHTBANK DEN HAAG
Meervoudige wrakingskamer
Wrakingnummer 2017/21
zaak-/rekestnummer: C/09/530731/ KG RK 17-641
zaaknummer: 5616149 RL EXPL 16-35414
datum beschikking: 22 mei 2017
BESLISSING
op het schriftelijke verzoek tot wraking ingevolge artikel 37 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, in de zaak van:
[verzoeker] ,
wonende te [woonplaats] , gemeente [gemeente] ,
verzoeker,
procederend in persoon,
tegen
de rechtspersoonlijkheid bezittende vereniging [vereniging] ,
gevestigd te [vestigingsplaats] en kantoorhoudend te [plaats] ,
belanghebbende,
gemachtigde: mr. S. Siebes,
strekkende tot wraking van:
mr. E. Weiss,
kantonrechter in de rechtbank Den Haag.
1 De voorgeschiedenis en het procesverloop
Op 20 maart 2017 heeft ten overstaan van de kantonrechter een comparitie van partijen plaatsgevonden in de zaak tussen belanghebbende en verzoeker. Van deze zitting is proces-verbaal opgemaakt.
Op 7 april 2017 is het wrakingsverzoek van verzoeker, gedateerd 5 april 2017, bij de griffie van deze rechtbank binnengekomen. De kantonrechter heeft per brief van 12 april 2017, ter griffie ingekomen op 13 april 2017, schriftelijk gereageerd op het wrakingsverzoek.
Bij brief van 1 mei 2017 heeft verzoeker om aanhouding van de zitting van de wrakingskamer verzocht in verband met een voorstel dat hij aan zijn wederpartij heeft gedaan. Dit verzoek is niet gehonoreerd.
2 De mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek
Op 8 mei 2017 is het wrakingsverzoek ter zitting van deze wrakingskamer behandeld. Verzoeker is verschenen. De kantonrechter is met bericht van verhindering niet verschenen. Het wrakingsverzoek is door verzoeker aan de hand van de door hem overgelegde verklaring toegelicht. Deze verklaring is aan het wrakingsdossier toegevoegd.
3 Het standpunt van verzoeker
Aan het wrakingsverzoek is - verkort en zakelijk weergegeven - het volgende ten grondslag gelegd. De kantonrechter heeft tijdens de comparitie van partijen een voorbarige conclusie getrokken door te stellen dat eisende partij in de hoofdzaak ontvankelijk is. De kantonrechter heeft obstructie gepleegd op de rechtsgang, onder meer door het vonnis in mei te agenderen in plaats van in april. De kantonrechter heeft de comparitie van partijen oneigenlijk gebruikt doordat het beproeven van een schikking achterwege is gelaten. De kantonrechter heeft verzoeker ter zitting onheus bejegend en zich niet onpartijdig opgesteld.
4 Het standpunt van mr. Weiss
De kantonrechter berust niet in de wraking en stelt dat er geen sprake is geweest van feiten of omstandigheden die blijk geven van vooringenomenheid of waardoor haar rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
5 De beoordeling
Artikel 37, eerste lid, van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering schrijft voor dat een verzoek tot wraking wordt gedaan, zodra de feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden aan verzoeker bekend zijn geworden. In het onderhavige geval heeft de comparitie van partijen plaatsgevonden op 20 maart 2017. Het wrakingsverzoek is pas op 7 april 2017 ingediend. Dat is te laat, nu verzoeker al op 20 maart 2017 bekend was met de feiten of omstandigheden die hij aan zijn wrakingsverzoek ten grondslag heeft gelegd. Dit brengt mee dat verzoeker niet ontvankelijk wordt verklaard in zijn wrakingsverzoek.
Overigens is ook niet gebleken van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
6 De beslissing
De wrakingskamer:
- verklaart verzoeker niet ontvankelijk in zijn wrakingsverzoek;
- bepaalt dat het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het indienen van het wrakingsverzoek;
- beveelt dat (een afschrift van) deze beslissing met inachtneming van het bepaalde bij artikel 39, derde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering wordt toegezonden aan:
• de verzoeker;
• eisende partij in de hoofdzaak p/a de gemachtigde mr. S. Siebes;
• de kantonrechter mr. E. Weiss.
Deze beslissing is gegeven door mrs. O. van der Burg, E.F. Brinkman en R. Cats, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Y.F. Ritmeijer als griffier en in het openbaar uitgesproken op 22 mei 2017.