Civiel recht overig

Wraking. Aan het verzoek tot wraking zijn geen concrete feiten of omstandigheden ten grondslag gelegd. De wet…

Rechtbank Den Haag, 1 juli 2026

Zaakgegevens

Op 1 juli 2026 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
1 juli 2026
Datum publicatie
16 juli 2026
Zaaknummer
C/09/708131 / KG RK 26-993
Procedure
Wraking
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:19640
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Wraking. Aan het verzoek tot wraking zijn geen concrete feiten of omstandigheden ten grondslag gelegd. De wet schrijft voor dat het verzoek wordt gedaan zodra de feiten en omstandigheden die aanleiding gaven tot het wrakingsverzoek bekend zijn geworden en dat deze tegelijk moeten worden voorgedragen. Het wrakingsverzoek voldoet niet aan deze voorschriften. Om die reden kan verzoekster niet in het wrakingsverzoek worden ontvangen.

Uitspraak

Rechtbank den haag

Wrakingskamer

wrakingnummer 2026/46

zaak- /rekestnummer: C/09/708131 / KG RK 26-993

Beslissing van 1 juli 2026

van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van

ADO Travel B.V.,

gevestigd te Rijswijk,

hierna te noemen: verzoekster,

gemachtigde mr. ing. S. Springer,

strekkende tot de wraking van

mr. N.B. Verkleij,

rechter in deze rechtbank,

hierna te noemen: de rechter.

1 Het wrakingsverzoek

1.1.

Het verzoek strekt tot wraking van de rechter in de zaak met nummer 12089238 RL EXPL 26-3642 tussen verzoekster als gedaagde partij en [eisende partij 1] en [eisende partij 2] als eisende partijen (hierna: de hoofdzaak).

1.2.

De gemachtigde van verzoekster heeft op 23 juni 2026 tijdens de mondelinge behandeling van de hoofdzaak een mondeling wrakingsverzoek gedaan. Hij heeft blijkens het proces-verbaal van de mondelinge behandeling aan het wrakingsverzoek het volgende ten grondslag gelegd:

“U bent partijdig. Ik wraak u. U vraagt mij naar de gronden voor de wraking, en het antwoord

daarop is dat u partijdig bent.”

2 De beoordeling

2.1.

Een rechter kan alleen gewraakt worden als zich omstandigheden voordoen waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan is sprake als de rechter jegens een procesdeelnemer vooringenomen is of als de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Daarbij is het uitgangspunt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn omdat hij of zij als rechter is aangesteld. Voor het oordeel dat de rechterlijke onpartijdigheid toch schade lijdt, bestaat alleen grond in geval van bijzondere omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het aannemen van (de objectief gerechtvaardigde schijn van) partijdigheid.

2.2.

Aan het verzoek tot wraking zijn geen concrete feiten of omstandigheden ten grondslag gelegd. De wet schrijft voor dat het verzoek wordt gedaan zodra de feiten en omstandigheden die aanleiding gaven tot het wrakingsverzoek bekend zijn geworden en dat deze tegelijk moeten worden voorgedragen. Het wrakingsverzoek voldoet niet aan deze voorschriften. Om die reden kan verzoekster niet in het wrakingsverzoek worden ontvangen. Voor een behandeling van het verzoek ter terechtzitting bestaat geen reden. Het in de wet opgenomen recht op een mondelinge behandeling is door de wetgever bedoeld voor het debat over de gegrondheid van het verzoek, maar aan dat debat wordt gezien het vorenstaande niet toegekomen.

3 De beslissing

De wrakingskamer

3.1.

verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in haar verzoek tot wraking;

3.2.

bepaalt dat het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het indienen van het wrakingsverzoek;

3.3.

beveelt dat (een afschrift van) deze beslissing met inachtneming van het bepaalde bij artikel 39, derde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering wordt toegezonden aan:

• verzoekster p/a haar gemachtigde mr. ing. S. Springer;

• de wederpartij in de hoofdzaak;

• de rechter.

Deze beslissing is gegeven door mrs. S.M. Krans, A.M.A. Keulen en A.M. Boogers, in tegenwoordigheid van de griffier mr. M.L. van Nooijen-Kühler en in het openbaar uitgesproken op 1 juli 2026.

de griffier de voorzitter

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

ECLI:NL:RBDHA:2026:19640 – Wraking. Aan het verzoek tot wraking zijn geen concrete… | Uitspraken.nl