Civiel recht overig

Verschoning. Verzoek toegewezen.

Rechtbank Den Haag, 6 maart 2026

Zaakgegevens

Op 6 maart 2026 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
6 maart 2026
Datum publicatie
9 maart 2026
Zaaknummer
C/09/700750 KG RK 26-402
Procedure
Wraking
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:4712
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verschoning. Verzoek toegewezen.

Uitspraak

Rechtbank den haag

Verschoningskamer

Verschoningsnummer: 2026/07

Zaak-/rekestnummer: C/09/700750 KG RK 26-402

Beslissing van 6 maart 2026

van de meervoudige verschoningskamer van de rechtbank op het verzoek van

mr. M. Knijff,

rechter in de rechtbank Den Haag,

hierna de rechter,

belast met de behandeling van de hoofdzaak met kenmerk C/09/692220 HA ZA 25-844 van:

Vereniging van Vrije Journalisten,

gevestigd te Weesp,

[naam 1] ,

wonende te [woonplaats 1] ,

[naam 2] ,

wonende te [woonplaats 2] ,
eisers,
bijgestaan door mrs. M.E. Terhorst, advocaat te Alkmaar en W.A.L. de Boer, advocaat te Amsterdam,

tegen

de Raad voor de Rechtspraak,

de Staat der Nederlanden,

gevestigd te Den Haag,
gedaagden,

bijgestaan door mrs. R.W.Veldhuis en M.E.A. Möhring, advocaten te Den Haag.

1 De procedure

1.1.

Het verschoningsverzoek is op 5 maart 2026 gedaan door de rechter.

1.2.

Een verschoningsverzoek hoeft, anders dan een wrakingsverzoek, niet ter terechtzitting te worden behandeld. Het verzoek is daarom niet ter zitting behandeld.

2 Het verschoningsverzoek

2.1.

De rechter heeft het verschoningsverzoek op het volgende gebaseerd:

? een procesdeelnemer maakt onderdeel uit van de zakelijke kennissenkring van de
rechter.

? de rechter heeft eerdere bemoeienis gehad met het onderwerp van de zaak.

De rechter heeft toegelicht dat zij in haar eerdere functie als persrechter werkzaamheden heeft verricht en contacten heeft gehad die grond kunnen geven voor de objectief gerechtvaardigde vrees voor het ontbreken van onpartijdigheid.

3 De beoordeling

3.1.

Uitgangspunt is dat een rechter op grond van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn. Uitzonderlijke omstandigheden kunnen een aanwijzing opleveren dat een rechter ten opzichte van een partij vooringenomen is of dat daarvoor een terechte vrees bestaat. Ook de uiterlijke schijn kan daarbij een rol spelen.

3.2.

Gelet op hetgeen de rechter heeft aangevoerd, is het verschoningsverzoek terecht ingediend. Zo wordt de schijn van partijdigheid vermeden. Het verzoek zal dus worden toegewezen. Dit betekent dat de behandeling van de hoofdzaak door een andere rechter moet worden overgenomen.

4 De beslissing

De verschoningskamer:

4.1.

wijst het verzoek tot verschoning toe;

4.2.

bepaalt dat het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond op het moment dat verschoningsverzoek werd ingediend;

4.3.

beveelt dat een afschrift van deze beslissing wordt toegezonden aan:

* de rechter;

* eisers, p/a mrs. M.E. Terhorst en W.A.L. de Boer;

* gedaagden, p/a mrs. R.W. Veldhuis en M.E.A. Möhring.

Deze beslissing is genomen in raadkamer op 6 maart 2026 door mrs. S.M. Krans,
A.M.A. Keulen en E.E. Schotte in tegenwoordigheid van de griffier.