Intellectueel-eigendomsrecht
Intellectuele eigendom. Verstek. Vervallenverklaring recht van gedaagde op internationale merkregistratie van…
Rechtbank Den Haag, 1 november 2017
ECLI:NL:RBDHA:2017:12344 · Rechtbank Den Haag · 1 november 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/civiel-recht/intellectueel-eigendomsrecht/bodemzaak/ecli-nl-rbdha-2017-12344
Zaakgegevens
Op 1 november 2017 heeft de Rechtbank Den Haag in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over intellectueel-eigendomsrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- 's-Gravenhage
- Datum uitspraak
- 1 november 2017
- Datum publicatie
- 27 oktober 2017
- Zaaknummer
- C/09/539123 / HA ZA 17-949
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Intellectueel-eigendomsrecht
- Procedure
- BodemzaakBodemzaakDe gewone procedure waarin de rechter definitief over het geschil beslist, in tegenstelling tot een kort geding of voorlopige voorziening.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2017:12344
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Intellectuele eigendom. Verstek. Vervallenverklaring recht van gedaagde op internationale merkregistratie van woordmerk SPIRIT, voor zover betrekking hebbend op de Benelux, en doorhaling in Benelux merkenregister.
Uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]vonnis
RECHTBANK DEN HAAG
Team handel
zaaknummer / rolnummer: C/09/539123 / HA ZA 17-949
Vonnis van 1 november 2017
in de zaak van
de vennootschap naar vreemd recht
JT INTERNATIONAL S.A.,
gevestigd te Geneve, Zwitserland,
eiseres,
advocaat mr. S. Tigu te Rotterdam,
tegen
de vennootschap naar vreemd recht
PHILIP MORRIS PRODUCTS S.A.,
gevestigd te Neuchâtel, Zwitserland,
gedaagde,
niet verschenen.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
-
de dagvaarding van 7 juli 2017, met producties 1 tot en met 6;
-
het tegen gedaagde verleende verstek.
Vonnis is nader bepaald op heden.
2 De beoordeling
Voor de feiten en het gevorderde wordt verwezen naar het gestelde in de aangehechte kopie van de dagvaarding.
Aangezien eiseres haar vorderingen grondt op vervallenverklaring van een (middels een internationale registratie verkregen) Benelux merkrecht van gedaagde, is deze rechtbank internationaal en relatief bevoegd van de vorderingen kennis te nemen op basis van artikel 4.6 lid 2 BVIE, nu eiseres noch gedaagde in de Benelux is gevestigd.
Het gevorderde komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor, zodat het zal worden toegewezen, met dien verstande dat de uitvoerbaar bij voorraad verklaring van de gevorderde verklaring voor recht en vervallenverklaring niet toewijsbaar is.
Gedaagde zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld, aan de zijde van eiseres tot op heden begroot op € 618,- griffierecht, € 80,42 deurwaarderskosten en € 452,- salaris advocaat (1 punt x tarief II), derhalve in totaal € 1.150,42.
Voor veroordeling in de gevorderde nakosten bestaat geen grond, nu de kostenveroordeling ook voor deze nakosten een executoriale titel oplevert.
3 De beslissing
De rechtbank
verklaart voor recht dat het krachtens internationale merkregistratie ingeschreven Beneluxwoordmerk SPIRIT met registratienummer 443282 niet normaal is gebruikt in de Benelux voor de waren waarvoor het merk is ingeschreven;
verklaart vervallen het recht van gedaagde voortvloeiende uit de internationale merkregistratie van het woordmerk SPIRIT met registratienummer 443282 voor de waren waarvoor het merk is ingeschreven, voor zover die registratie betrekking heeft op de Benelux, en beveelt dat het voornoemde Beneluxmerk wordt doorgehaald in het merkenregister;
veroordeelt gedaagde in de proceskosten, aan de zijde van eiseres tot op heden begroot op € 1.150,42, één en ander te voldoen binnen veertien dagen na betekening en - voor het geval voldoening van de kosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt - te vermeerderen met de wettelijke rente over de proceskosten te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening tot aan de dag der algehele voldoening;
verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. F.M. Bus en in het openbaar uitgesproken op 1 november 2017.